Nota AVBB naar aanleiding van de Anti-SLAPP Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie van 27 april 2022

 

  1. Wat is SLAPP?

Het Engelstalige acroniem ‘SLAPP’ staat voor ‘strategic lawsuit against public participation’. In het Nederlands wordt dat ‘strategische rechtszaken tegen publieke participatie’. SLAPP-zaken zijn kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures. Het gaat om oneigenlijk gebruik van civiel- en strafrechtelijke procedures om (onderzoeks)journalisten, academici, ngo’s en het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen. Een SLAPP-zaak heeft geen ander doel dan te intimideren en in te hakken op de vaak schaarse resources van de tegenpartij. In het hoofd van de tegenpartij moet het besef rijpen dat die waakhondfunctie het allemaal niet waard is.

SLAPP heeft veel gezichten wat de identificatie bemoeilijkt. Vorderingen kunnen gebaseerd zijn op uiteenlopende gronden (laster en eerroof, schending van de privacy, inbreuk op het auteursrecht, …). Mogelijk komen er (buitensporige) schadeclaims bij of rechterlijke bevelen (verbod op publicatie, …). Het kan gaan om een zaak ten gronde maar ook om een kort geding. Het kan gaan om een civiel- of een strafrechtelijke procedure.

 

  1. SLAPP in België

CASE, een coalitie van Europese ngo’s, en Amsterdam Law Clinics dat deel uitmaakt van de rechtsfaculteit aan de Universiteit van Amsterdam, brengen sinds 2019 SLAPP-zaken in Europa in kaart. Over een periode van tien jaar staat hun teller op 570 SLAPP’s.[1] Ook België blijft niet gespaard, zo blijkt uit dit en ander onderzoek.[2] Ook de jaarlijkse overzichten van incidenten via het VVJ-Meldpunt Agressie tegen journalisten bevestigen dit.[3]

Om allerlei redenen – onbekendheid met het fenomeen van SLAPP, bewust verzwijgen, … – zijn de opgelijste cases wellicht ook slechts het topje van de ijsberg en is er een belangrijk dark number. Verdere dataverzameling is dus nodig. Tegelijk zijn vexatoire procedures nu al een probleem in België. De VVJ pleit dan ook voor een oplossing op korte termijn. Voor de mensen op het terrein is SLAPP geen theoretisch probleem, ze worden al jaren bemoeilijkt in hun job. Te denken valt onder meer aan de journalisten van het onderzoeksjournalistieke Apache[4] en EU Observer[5], een internetpublicatie over Europa, en freelancers als onderzoeksjournalist David Leloup.[6]

 

  1. Waarborgen tegen SLAPP in België

Op dit moment bestaat er een beperkt arsenaal dat kan worden ingezet tegen intimiderende en nutteloze procedures.

Allereerst biedt artikel 150 van de Gw soelaas. Door de bevoegdheid van het hof van assisen bij persdelicten blijven journalisten en media die wegens laster en eerroof – een vaak voorkomende grond waarop SLAPP gebaseerd is – gedagvaard worden de facto buiten schot. Tegelijk: wanneer de tenlastelegging niet gekwalificeerd wordt als ‘persdelict’, speelt de waarborg van artikel 150 van de Gw niet. Bovendien kunnen journalisten en media ook gedagvaard worden langs de burgerrechtelijke weg.

Het Gerechtelijk Wetboek biedt ten dele een uitweg met artikel 780bis[7]. Op grond van dit artikel kan de rechter een partij die de rechtspleging aanwendt voor ‘kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden’ – onverminderd de schadevergoeding die wegens dit misbruik zou worden gevorderd door een procespartij –, veroordelen tot een civiele geldboete van 15 tot 2.500 euro. Deze geldboete komt toe aan de Staat. Hoewel een stap in de goede richting, is artikel 780bis Ger.W. slechts een half antwoord op vexatoire procedures. Ten eerste vindt het geen toepassing in strafzaken waardoor journalisten en media nog altijd kunnen worden vervolgd in strafzaken die geen persdelicten zijn. Ten tweede wil het artikel vooral procesrechtsmisbruik aanpakken. Een mechanisme om een zaak in een vroeg stadium te identificeren als SLAPP en – mits respect voor de rechten van de verdediging – vervolgens te kunnen seponeren, ontbreekt hier. De verweerder die de (zoveelste) nutteloze en tergende zaak tegen zich krijgt, moet met andere woorden de hele rit uitzitten.

Ten derde is het zo dat de rechtsplegingsvergoeding niet noodzakelijk de volledige kosten- en ereloonstaat van de advocaat van de winnende partij dekt. Artikel 1022, laatste lid Ger.W. sluit zelfs uit dat een partij boven het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding kan worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van een advocaat van een andere partij.[8]

 

  1. Aanbevelingen VVJ

Anti-SLAPP wetgeving wil net die punten remediëren. Anti-SLAPP wetgeving heeft twee cruciale componenten: een mechanisme voor vroegtijdige afwijzing dat tegelijk de rechten van de verdediging waarborgt alsook ondersteunende en afschrikwekkende maatregelen ter bescherming tegen SLAPP’s.

Wat dit laatste betreft kan worden gedacht aan een volledige dekking van de kosten- en ereloonstaat van de advocaat van de winnende partij.

Tegelijk moeten de waarborgen tegen SLAPP zoals kostenveroordeling (procedurekosten en schadeloosstelling) en eventuele doeltreffende en evenredige straffen zowel in civiel- als strafrechtelijke zaken gelden.

Als model kan het voorstel van richtlijn tot bescherming tegen grensoverschrijdende SLAPP[9] dienen.

 

De AVBB is steeds bereid tot verdere uitwisseling, zowel met betrekking tot bovenstaande wetgevingsvoorstellen als niet-wetgevingsvoorstellen zoals opleiding, steunmechanismen en monitoring/rapportage.

 

  1. Contact

Voor VVJ/AVBB: Pol Deltour, Charlotte Michils – info@journalist.be

Voor AJP/AGJPB: Martine Simonis, Gilles Milecan – juriste@ajp.be

 

Download de nota:  Nota-AVBB-naar-aanleiding-van-de-Anti-SLAPP-Aanbeveling.pdf (11 downloads)

 

(Foto: Belga/Laurie Dieffembacq)

 

[1] The Coalition against SLAPPs in Europe (the-case.eu).

[2] BARD, P. et al., “Ad-hoc request. SLAPP in the EU context.”, 29 mei 2020, ad-hoc-literature-review-analysis-key-elements-slapp_en.pdf (europa.eu); McGONAGLE, T. et al., “Safety of journalists and the fighting of corruption in the EU”, juli 2020, https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2020/655187/IPOL_STU(2020)655187_EN.pdf; BLUEPRINT FOR FREE SPEECH, “Media freedom facing SLAPP”, maart 2021, https://www.blueprintforfreespeech.net/s/Blueprint-FINAL-EC-Consultation-on-Rule-of-Law-Report-2021.pdf; VOORHOOF, D., “Van Ranst vrijuit na tergend en roekeloos geding”, Juristenkrant 2021/440 (22 december 2021), 6-7.

[3] https://journalist.be/persveilig-be/meldpunt-agressie.

[4] Home | Apache.

[5] EUobserver.

[6] Tot kleine spelers en freelancers blijft het overigens niet beperkt. Zie VVJ, Michils, C., “Europese Commissie pakt SLAPP aan”, Europese Commissie pakt SLAPP aan – VVJ (journalist.be).

[7] Art. 780bis Ger.W.: “De partij die de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden kan worden veroordeeld tot een geldboete van 15 euro tot 2.500 euro, onverminderd de schadevergoeding die gevorderd zou worden.”

In dat geval, wordt in dezelfde beslissing daarover uitspraak gedaan voorzover schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding wordt gevorderd en toegekend. Indien zulks niet het geval is, worden de partijen verzocht toelichting te geven overeenkomstig artikel 775.

De Koning kan het minimum- en maximumbedrag om de vijf jaar aanpassen aan de kosten van het levensonderhoud. De boete wordt geïnd door de administratie van de Registratie en Domeinen met aanwending van alle middelen van recht.

Dit artikel is niet van toepassing in strafzaken noch in tuchtzaken.”

[8]   Art. 1022. Ger.W.: “De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij.

Na het advies te hebben ingewonnen van de Orde van Vlaamse Balies en van de Ordre des barreaux francophones et germanophone, stelt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de basis-, minimum- en maximumbedragen vast van de rechtsplegingsvergoeding, onder meer in functie van de aard van de zaak en van de belangrijkheid van het geschil.

(Op verzoek van een van de partijen, dat in voorkomend geval wordt gedaan na ondervraging door de rechter, kan deze bij een met bijzondere redenen omklede beslissing) ofwel de vergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden. Bij zijn beoordeling houdt de rechter rekening met : <W 2008-12-22/39, art. 2, 101; Inwerkingtreding : 22-01-2009>

– de financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag van de vergoeding te verminderen;

– de complexiteit van de zaak;

– de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij;

– het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

Indien de in het ongelijk gestelde partij van de tweedelijns juridische bijstand geniet, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgelegd op het door de Koning vastgestelde minimum, tenzij in geval van een kennelijk onredelijke situatie. [1 Wat dit punt betreft, omkleedt de rechter zijn beslissing tot verlaging met bijzondere redenen]1.

[1 Wanneer binnen eenzelfde gerechtelijke band meerdere partijen de rechtsplegingsvergoeding ten laste van één of meer in het ongelijk gestelde partijen genieten, bedraagt het bedrag ervan maximum het dubbel van de maximale rechtsplegingsvergoeding waarop de begunstigde die gerechtigd is om de hoogste vergoeding te eisen aanspraak kan maken. Ze wordt door de rechter tussen de partijen verdeeld.]1

Geen partij kan boven het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding worden aangesproken tot betaling van een vergoeding voor de tussenkomst van de advocaat van een andere partij.

[2 [1 Wanneer het geding wordt afgesloten met een beslissing gewezen bij verstek en geen enkele in het ongelijk gestelde partij ooit is verschenen, of wanneer alle in het ongelijk gestelde partijen op de inleidende zitting zijn verschenen maar de rechtsvordering niet hebben betwist, of wanneer zij uitsluitend uitstel van betaling vragen, is het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat van de minimumvergoeding.

Geen enkele vergoeding is verschuldigd ten laste van de Staat wanneer het arbeidsauditoraat een rechtsvordering instelt voor de arbeidsgerechten overeenkomstig artikel 138bis, § 2.]1]2

(1)<W 2010-02-21/17, art. 2, 115; Inwerkingtreding : 20-04-2019. Overgangsbepaling : art. 5>

<W 2014-04-25/H2, art. 17, 133; Inwerkingtreding : 20-04-2019, de dag waarop artikel 2 van de wet van 21 februari 2010 tot wijziging van de artikelen 1022 van het Gerechtelijk Wetboek en 162bis van het Wetboek van strafvordering in werking treedt. (NOTA : bij arrest nr 34/2016 van 03-03-2016 (B.St. 28-04-2016, p. 28734), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel 17 vernietigd)>

(2)<W 2018-03-18/14, art. 24, 003; Inwerkingtreding : 12-05-2018>”

[9] Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”), https://eur-lex.europa.eu/legal-content/AUTO/?uri=CELEX:52022PC0177&qid=1659001888972&rid=6.