Strenge regels voor wie de oorlog in Oekraïne verslaat

Journalisten die in Oekraïne de oorlog verslaan, moeten zich aan accreditatieregels en publicatieverboden houden. Zo mogen ze op tv of sociale media geen live beelden tonen van Russische beschietingen.

Begin maart vaardigde het Oekraïnse legercommando een verordening uit over de verhoudingen tussen de militaire krachten en de nieuwsmedia zolang de oorlog duurt. Het kader daarvoor is de staat van beleg die president Zelensky op 24 februari afkondigde en door het parlement is goedgekeurd.

Met de Persverordening van 3 maart zeggen legergeneraal Valery Zaluzhny en kolonel Bohdan Senyk, hoofd van de PR-afdeling van het leger, ‘een objectieve verslaggeving van de gebeurtenissen’ na te streven. Tegelijk is het de bedoeling ‘het publiek en de wereld te infomeren over de oorlogsmisdaden die de Russische Federatie begaat’. Maar de verordening heeft nog een finaliteit, en dat is ‘verhinderen dat geheime informatie wordt gelekt of dat informatie wordt verspreid die de vijand kan inlichten over acties van de Oekraïense strijdkrachten en die de performantie van die laatsten negatief kan beïnvloeden’.

Aan de diverse legerchefs komt het toe de mediabelangstelling in goede banen te leiden. Ze moeten daartoe PR-officieren en perswoordvoerders aanstellen, die de opdracht krijgen ‘beleefd’ om te gaan met de media. Parallel daarmee zien ambtenaren toe op de informatie die door de media wordt verspreid. Bovenop de nationale Persverordening kan elke regionale militaire overheid overigens nog eigen lokale regels vaststellen voor de nieuwsmedia.

Accreditatie

Journalisten die de oorlog willen verslaan, worden allereerst verondersteld zich te accrediteren. Ze moeten daarvoor een aanvraag doen bij het PR-departement van het Oekraïnse leger. Dat verifieert de betrouwbaarheid van de aanvrager, en raadpleegt daarbij ook de Anti-spionage-afdeling van de nationale Inlichtingendienst. Wie wordt aanvaard, krijgt een officiële perskaart van het leger.

Met die perskaart kunnen geaccrediteerde journalisten aanspraak maken op ‘algemene’ informatie over de Oekraïnse strijdkrachten, hun weerwerk tegen de Russische agressor en voltooide operaties. Ze kunnen ook toegang krijgen tot gevechtszones en militaire installaties, zij het steeds vergezeld van een persofficier. Het Oekraïnse leger waarborgt verder, ‘in de mate van het mogelijke’ toch, bescherming, dringende medische hulp en evacuatie voor journalisten in nood.  Maar een formele verantwoordelijkheid voor hun veiligheid, gezondheid of leven houdt dat niet in.

Omgekeerd moeten journalisten zich aan een reeks verplichtingen houden: steeds hun perskaart kunnen voorleggen, duidelijke herkenningstekens dragen (tenzij dit hun leven of gezondheid in gevaar kan brengen), beschermingskledij dragen (minstens een helm en een kogelvrije vest), zelf geen legerkledij dragen of wapens bijhebben, een EHBO-kit bijhebben en kunnen gebruiken. Reporters moeten ook steeds op eenvoudig verzoek hun beeldmateriaal laten zien aan bevoegde officieren, en telkens wanneer de persdienst erom vraagt moeten ze dat ook wissen.

Publicatieverboden

Alle journalisten – geaccrediteerde en andere – moeten tot slot een lange lijst van publicatieverboden naleven. Die censuur geldt dus eveneens voor opiniemakers of bloggers. Officieel heeft de Persverordening het over ‘informatie die de vijand bewust kan maken van de acties van de Oekraïnse strijdkrachten en het nastreven van de doelstellingen negatief kan beïnvloeden’.

Vallen onder het verspreidingsverbod: namen en locaties van militaire eenheden of instellingen; aantallen militairen; de capaciteit aan wapens en logistieke ondersteuning; lopende, geplande maar ook afgeblazen operaties; troepenbewegingen, schijnmaneuvers of reddingsoperaties; uitgeschakelde of vermiste vliegtuigen of vaartuigen. Ook alle elektronische oorlogsvoering valt onder de censuur. Net zoals ‘informatie die is bedoeld voor het propageren of rechtvaardigen van de grootschalige militaire agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne’.

Ook live beelden van Russische raketinslagen zijn verboden – op tv of sociale media. Dat mocht de Nederlandse journalist Robert Dulmers ondervinden. Hij versloeg voor het Nederlands Dagblad de oorlog in Odessa, althans tot hij op 3 april Oekraïne werd uitgezet. Dulmers had even voordien enkele foto’s en een video op twitter gezet van rookpluimen die waren ontstaan na de inslag van enkele raketten op de haven van Odessa. Mocht niet, volgens de Oekraïnse autoriteiten. De Russen gebruiken die beelden op sociale media of tv nu eenmaal om na te gaan of hun raketten doel hebben geraakt, en desgevallend passen ze hun geschut daaraan aan.

Begrip gevraagd

De Nationale Vereniging van Journalisten in Oekraïne (NUJU), die deel uitmaakt van de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), vraagt begrip voor de situatie. ‘We danken de honderden journalisten uit onder meer België die ondanks het grote gevaar hun missie als oorlogsverslaggever volbrengen’, aldus NUJU-voorzitter Sergiy Tomilenko. ‘Tegelijk vragen we om de vereisten van deze oorlogstijd begripvol te benaderen.’

De NUJU stelde een hotline in voor alle buitenlandse journalisten in Oekraïne:

https://nsju.org/novini/hotline-for-international-journalists-in-ukraine/

Pol Deltour

 

Lees hier de Persverordening van 3.03.2022:

https://www.mil.gov.ua/en/for-mass-media/interaction-with-journalists-in-the-war-zone-for-the-period-of-martial-law.html