Agressie tegen journalisten: een reëel probleem

Ruim vier op de vijf journalisten merken een verruwing van de omgang met de pers de voorbije jaren. Zowat de helft werd al persoonlijk slachtoffer van fysiek dan wel verbaal geweld. Dat blijkt uit ruim tweehonderd antwoorden van collega’s op een VVJ-enquête. Vlaams minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) erkent het probleem en bekijkt met de federale ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken welke maatregelen mogelijk zijn. Tegelijk roept hij al zijn collega’s politici op om het goede voorbeeld te geven en het gepaste respect te betonen voor journalisten.

 

De VVJ peilde eind mei bij haar leden naar gevallen van agressie tegen journalisten. De aanleiding waren de recente bedreigingen aan het adres van DPG Media, die tot een ontruiming van het DPG-hoofdkwartier in Antwerpen hadden geleid. Nieuw is het fenomeen niet. Her en der in de samenleving wordt een verruwing van de omgangsvormen vastgesteld, en dat noopte de VVJ in 2019 al tot de inrichting van een specifiek Meldpunt voor agressie tegen journalisten. Tot nu noteerde dat Meldpunt al een 45-tal incidenten – waarop de VVJ in de mate van het mogelijke gepast probeert te reageren.

De net uitgevoerde enquête releveert dat het probleem groter is dan dat. Op de vraag of men de jongste jaren een verruwing van de omgangsvormen merkt, antwoorden liefst 197 van de 239 deelnemers aan de enquête – of 82 procent – bevestigend. 127 respondenten, of 53 procent, kregen tijdens de uitoefening zelf al te maken met agressie. Nog eens 152 respondenten gaven aan een nabije collega te kennen die het lot onderging.

 

Soorten agressie

Zes op de tien respondenten werden het slachtoffer van verbaal geweld, op straat dan wel online.  Een kleine minderheid ervoer fysiek geweld. Vier op de tien werden belaagd in openbare ruimten, vijf op de tien op internet. Facebook wordt aangewezen als het prominentste platform waar de fatsoensgrenzen worden overschreven. Laster en beledigingen komen vaak voor, en in bijna de helft van de gevallen is er zelfs sprake van bedreiging en intimidatie.

Zo getuigt een freelancer dat belagers zijn ontslag eisten en hem zelfs aanspoorden ‘zichzelf van kant te maken’. Ook anderen getuigen over toenemende bedreigingen, die soms zelfs de vorm aannemen van een uitgebreide haatcampagne. Eén van de respondenten zegt het zo:

“Sinds we al het nieuws nu in eerste instantie op de website brengen in plaats van in de krant, merk ik dat er meer negatieve reacties komen. Vroeger stond in de krant enkel bij grote stukken onze volledige naam. Nu staat online overal onze volledige naam bij, ook bij korte rechtbankverslagen. Betrokkenen kunnen ons opzoeken op Facebook en zo gsm-nummers en e-mailadressen vinden.”

 

Zichtbaarheid

Hoe zichtbaarder de journalist, hoe groter de kans op agressie. Cameramensen en fotografen, maar ook redacteuren met een perskaart of -plaat kunnen een doorn in het oog zijn. Vooral tijdens betogingen, rellen en voetbalwedstrijden lopen ze kans op verbaal en in mindere mate fysiek geweld.

Een sportverslaggever: “Na afloop van een voetbalwedstrijd die anders uitdraaide dan verwacht, stond ik in het Bosuilstadion te wachten. Plots verscheen er een hooligan, die de micro uit mijn handen sleurde en weggooide. Daarna probeerde hij me vol woede bij de keel te grijpen. We kwamen volgens hem voor leedvermaak, en waren zogezegd niet objectief.”

Een cameraman: “Omsingelen, uitschelden, bespuwen, intimideren en bedreigen worden steeds frequenter en schaamtelozer. Er heerst een duidelijke sfeer van straffeloosheid en een soort ‘winning-mood’: ‘Nu is het aan ons!’”

Een journalist: “Het is bijna dagelijks dat iemand je aanspreekt en intimideert. Dit kan gaan van een opgestoken middenvinger en je de pas afsnijden, tot slaan of spuwen op je wagen of collega en dreigen dat ze een kogel door je hoofd gaan jagen. De laatste maanden is het allemaal zoveel erger geworden. Het is gewoon niet meer fijn.”

Nog een opmerkelijke melding: diverse journalisten geven aan dat ze tijdens de uitoefening van hun job zelf worden gefilmd. Wat er precies met die beelden gebeurt, is niet altijd duidelijk. Intimiderend is het alleszins.

 

Politici, woordvoerders en advocaten

Niet enkel betogers en hooligans gaan de confrontatie met journalisten aan, soms zijn het ook politici of woordvoerders die al te hard uit de hoek komen. Meer dan een journalist meent dat intimidatie vanwege beleidsmensen en politici toeneemt.

Journalist: “Er was een politicus die me naar aanleiding van mijn vraagstelling agressief afdreigde.”

Journalist: “De toenemende agressie komt volgens mij doordat prominente figuren (onder meer in de politiek) actief wantrouwen zaaien over pers en journalisten.”

Journalist: “Ik had een aanvaring met een woordvoerder. Haar bronnen konden haar uitspraken niet staven en vervolgens werd ze verbaal agressief en begon ze me uit te schelden. Een collega maakte hetzelfde mee met diezelfde woordvoerder.”

Journalist: “Er zijn woordvoerders die blijven aandringen op publicatie of je terugbellen als ze niet akkoord zijn met een verwoording. Dat is eigenlijk lichte intimidatie, ook al doen ze zich beleefd voor.”

Ook advocaten gaan niet vrijuit, zo blijkt uit de volgende melding: “Tijdens het volgen van een rechtszaak werd ik bedreigd door een advocaat die zei dat hij mij en een collega zou dagvaarden als we zouden durven schrijven dat zijn cliënt tot een bepaalde groepering behoorde, die nochtans ter terechtzitting door de aanklager werd vermeld.”

 

Hoe reageren?

Journalisten die te maken krijgen met agressie, gaan er op verschillende manieren mee om. De meesten – zowat zes op de tien – zoeken steun bij collega’s. Eén op de vier kaart gevallen van agressie aan bij de chef, de hoofdredactie of het mediahuis. Amper 15 procent gaat aankloppen bij de politie. Veelal heeft dat te maken met een gebrek aan bewijs – geen fysieke letsels bijvoorbeeld of een onbekende dader. Zij die wel aangifte doen, komen al eens van een kale reis terug. Zo vertelt een cameraman dat de politie weigerde om camerabeelden te analyseren, die nochtans de vernieling van zijn materiaal konden aantonen. Vervolgens weigerde de verzekeringsmaatschappij tussenbeide te komen en moest de beeldjournalist zelf opdraaien voor de kosten.

De soms minder hartelijke verstandhouding met de politie kan ook te maken hebben met onwetendheid van hun kant, melden sommige respondenten. Zo kunnen politieagenten vaak het onderscheid niet maken tussen officiële en niet-officiële perskaarten. Er zijn te veel verschillende perskaarten in omloop, meldt een journalist. Zo bemoeilijkt de politie soms het werk van journalisten door ze weg te sturen of ze zelfs te verplichten gemaakte beelden te wissen – een praktijk die overigens niet mag.

 

Conflicten vermijden en aanpakken

Over het algemeen proberen journalisten tijdens hun werk zoveel mogelijk conflicten te vermijden. Heethoofden negeren en constructieve dialogen aanknopen zijn veel gebruikte technieken. Verder proberen veel respondenten negatieve reacties in de virtuele wereld te negeren, terwijl anderen het gebruik van sociale mediaplatforms tot een minimum beperken. Enkele mensen geven aan bepaalde thema’s te mijden om online intimidatie te voorkomen.

Om het agressieprobleem structureel aan te pakken pleiten respondenten voor meer ondersteuning en sensibilisering. Werkgevers kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, door klachten serieus te nemen en in te zetten op preventie en duidelijke regels. Ook justitie, politie en politici kunnen er voor zorgen dat journalisten beter en veiliger hun werk kunnen doen, door gepast tussenbeide te komen en klachten op te volgen.

Een journalist: “Online intimidatie wordt door de samenleving, redacties, collega’s en chefs nog te veel weggelachen. Het idee leeft dat je het gewoon maar moet negeren. Ook legaal zou er een kader moeten komen dat online bedreigingen tout court strafbaar maakt.”

Een fotograaf: “Redacties moeten meer aandacht hebben voor de risico’s. Freelancers krijgen geen beschermingsmateriaal mee naar manifestaties. Ze moeten dat zelf regelen. Als (foto)materiaal tijdens zo’n betoging beschadigd raakt (al dan niet door agressie), is dat een grote kost voor een freelancer, die de opdrachtgever totaal niet dekt. Als je als freelancer gewond raakt, hoeft een opdrachtgever jou ook niet te helpen.”

Verscheidene journalisten pleiten nog voor de herwaardering van het beroep én de perskaart – iets waar de VVJ al langer en ook nu weer werk van maakt. Sommigen breken tot slot een lans voor meer anonimiteit. Met de komst van internet en sociale media voelen veel journalisten zich meer dan ooit geviseerd. Bovendien is het moeilijk om persoonlijke gegevens privé te houden, zeker in het geval van freelancers. Terugkeren naar de publicatie van initialen in plaats van de volledige naam, kan journalisten weer wat privacy gunnen.

 

 

 

VVJ-Meldpunt voor agressie tegen journalisten

Sinds 2019 beschikt de VVJ over een specifiek Meldpunt voor gevallen van agressie tegen journalisten. Tot vandaag noteerde dat een 45-tal incidenten: 15 in 2019, 18 in 2020 en 12 in de eerste vijf maanden van 2021. Telkens probeert de VVJ in de mate van het mogelijke te reageren op de incidenten. Verscheidene keren leverde dat al resultaten op. Zie voor de inventaris van meldingen:

VVJ richt Meldpunt in voor agressie tegen journalisten

 

 

 

Minister van Media Benjamin Dalle: ‘Basisregel is respect, ook van politici voor journalisten’

 

 

Voor Vlaams minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) bevestigt de VVJ-enquête ‘helaas een spijtige tendens’. ‘Ik stel vast dat het online debat een stuk ruwer is geworden de afgelopen jaren, zeker ten aanzien van journalisten. Het is heel zorgwekkend dat zij, ook op het terrein, zo vaak het slachtoffer worden van verbaal en fysiek geweld.’

Voor de Mediaminister spelen journalisten en nieuwsmedia ‘een essentiële rol in onze samenleving en in onze democratie’. ‘Het is dan ook van groot belang dat zij in alle veiligheid hun werk kunnen doen. Bedreigingen tegen journalisten en mediabedrijven kunnen absoluut niet door de beugel. Niet op straat tijdens het uitoefenen van hun job, niet online via sociale media, nooit.’

Als minister van Media wil Dalle ‘er alles aan om pers en journalisten verder te steunen.’ Specifiek voor de bescherming van journalisten is hij in contact met de federale ministers van Justitie (Vincent Van Quickenborne, Open Vld) en Binnenlandse Zaken (Annelies Verlinden, CD&V) om te bekijken welke verdere acties nodig zijn. ‘We bekijken onder andere of het wenselijk is om de strafwetgeving aan te passen en journalisten toe te voegen aan de lijst van personen met een maatschappelijke functie als bezwarend element voor delicten.’

Overigens hebben politici een bijzondere verantwoordelijkheid, aldus nog de minister. ‘De basisregel moet daarbij respect zijn, in onze communicatie maar ook in contacten met journalisten. Politici hebben een voorbeeldfunctie, ook in een respectvolle omgang met de media.’

 

Annick Hus, Pol Deltour