Open brief VVJ aan de Vlaamse wetgever over wijzigingen aan het Bestuursdecreet m.b.t. de openbaarheid van bestuur

Geachte heer minister-president en ministers van de Vlaamse regering,

Geachte mevrouw de voorzitter en dames en heren verkozenen in het Vlaams parlement,

 

Betreft:

Ontwerp van decreet tot wijziging van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 met betrekking tot de openbaarheid van bestuur

 

Op 1 juni jl. nam de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting en Justitie van het Vlaams parlement het ontwerp van decreet tot wijziging van het Bestuursdecreet van 7 december 2018[1] aan dat de nieuwe Europese PSI-richtlijn[2] omzet in Vlaamse regelgeving.

Met de PSI-richtlijn (of Open Data richtlijn) wil Europa het hergebruik van overheidsinformatie harmoniseren en zo een ‘eerlijk speelveld’ op de informatiemarkt garanderen. Deze richtlijn werd intussen twee keer aangepast, de laatste versie werd op 26 juni 2019 gepubliceerd in het Europese Publicatieblad. Ze moet uiterlijk tegen 17 juli 2021 in Vlaamse regelgeving zijn omgezet.

Blijkbaar heeft de Vlaamse regering ervoor geopteerd met een ontwerpdecreet niet louter de PSI-richtlijn om te zetten, maar tevens bijkomende wijzigingen door te voeren in diverse hoofdstukken van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Een van die wijzingen betreft een nieuwe facultatieve uitzonderingsgrond voor de openbaarheid van bestuur. Bestuursinstanties zouden dan een openbaarheidsverzoek kunnen afwijzen indien dit betrekking heeft op ‘interne mededelingen’. Dat zou met name gebeuren wanneer na afweging blijkt dat het beschermde belang (met name de interne besluitvorming) zwaarder doorweegt dan het openbaar belang dat met de bekendmaking wordt gediend. Deze nieuwe uitzonderingsgrond werd overgenomen uit de Europese richtlijn 2003/4/EG van 28 januari 2003 [3] en het verdrag van Aarhus [4], die beide de toegang van tot milieu-informatie regelen.

De VVJ betreurt de introductie van deze nieuwe weigeringsgrond.

 

Bezwaren tegen de nieuwe weigeringsgrond

 

Vooreerst wijzen we erop dat de weigeringsgrond opgenomen in de richtlijn 2003/4/EG van 28 januari 2003 en het verdrag van Aarhus, enkel betrekking heeft op milieu-informatie. Het ontwerpdecreet breidt ze nu uit naar alle informatie. Ook toegang tot andere dan milieu-informatie zou dus kunnen worden geweigerd als ‘interne mededeling’ – wat niet de bedoeling was van de internationale wetgever.

Overigens beschikt een aanvrager van milieu-informatie over bijkomende faciliteiten [5], maar die worden dan weer niet uitgebreid naar alle informatie. Zo kan de aanvrager van milieu-informatie bijvoorbeeld zelf een redelijke termijn voorstellen waarin hij de informatie wil ontvangen of moet de overheidsinstantie motiveren waarom ze de milieu-informatie niet ter beschikking kan stellen binnen de termijn die de aanvrager voorstelt. Door enkel te focussen op de lasten en niet op de lusten inzake toegang tot milieu-informatie, geeft de decreetgever blijk van een selectieve lezing van de openbaarheidsregelgeving.

Voorts hebben we vragen bij het nut van de nieuwe uitzonderingsgrond, die blijkbaar tot doel heeft het interne besluitvormingsproces te vrijwaren. Ook de Raad van State vraagt zich af of het beschermde belang al niet voldoende wordt gevrijwaard door bestaande uitzonderingen op de openbaarheid van bestuur, zoals het geheim van de beraadslagingen van de organen van de Vlaamse overheid, lokale overheden, instellingen met een publieke taak en milieu-instanties [6], en verder het vertrouwelijke karakter van de handelingen van een overheidsinstantie als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor (onder meer) de politieke besluitvorming [7]. Bovendien kunnen aanvragen ook nog eens worden afgewezen wanneer ze betrekking hebben op bestuursdocumenten ‘die niet af of onvolledig zijn’ [8].

Tot slot willen we eraan herinneren dat de Vlaamse decreetgever in het verleden uitdrukkelijk heeft afgezien van de mogelijkheid om ‘interne mededelingen’ op te nemen in de weigeringsgronden voor openbaarheid van bestuur. Men vreesde voor een al te ruime invulling van de weigeringsgrond en dus voor een uitholling van het grondwettelijk recht van openbaarheid.[9] Ook de Europese Commissie wees in het verleden overigens op het delicate karakter van de belangenafweging die de nieuwe uitzonderingsgrond oplegt. [10] De VVJ vraagt de Vlaamse decreetgever dan ook om consequent vast te houden aan deze eerder geformuleerde beleidsintentie.

Graag verwijzen we ook nog naar een federaal wetsvoorstel dat drie Vlaamse kamerleden onlangs hebben ingediend voor een versterking van de openbaarheid van bestuur op federaal niveau, dit via een aanpassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en het koninklijk besluit van 29 april 2008 betreffende de samenstelling en de werking van de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van administratieve documenten. Het valt moeilijk uit te leggen dat waar op federaal niveau de openbaarheid van bestuur zou worden versterkt, deze op Vlaams niveau merkelijk wordt teruggeschroefd.

 

Openbaarheid van bestuur en democratische rechtsstaat

 

Openbaarheid van bestuur is een wezenlijk kenmerk van onze democratische rechtsstaat. Zonder transparantie van het overheidshandelen, geen recht op informatie, geen democratische inspraak, geen bescherming tegen overheidswillekeur.

Voor journalisten in het bijzonder is openbaarheid van bestuur een cruciale waarborg om hun maatschappelijke rol te kunnen spelen.

Nochtans bevat zowel de federale als de Vlaamse openbaarheidsregeling vandaag reeds allerlei hinderpalen die reële transparantie in de weg staan. De recentste journalistensurvey van de UGent en de VVJ [11] wees uit dat slechts 16 procent van de Vlaamse beroepsjournalisten gebruik maakt van de openbaarheidsregelgeving. Dat is heel wat minder dan in Nederland en de Scandinavische landen. Ruim de helft van de Belgische journalisten geeft aan ontevreden tot zeer ontevreden te zijn over de toepassing van de WOB in de praktijk. Behalve over lange wachttijden klagen velen dat echt belangrijke informatie al te vaak niet wordt vrijgegeven.

Een bijkomende en bovendien hoogst onduidelijke uitzonderingsgrond op de Vlaamse openbaarheid van bestuur is ook in die context allerminst wenselijk.

 

Namens VVJ

 

Pol Deltour, nationaal secretaris

pol.deltour@journalist.be – 0478 38 10 33

Charlotte Michils, juridisch adviseur

charlotte.michils@journalist.be

 

 

 

 

 

VVJ – Vlaamse Vereniging van Journalisten

Zennestraat 21 – 1000 Brussel

02 777 08 40

www.journalist.be

[1] https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1701633.

[2] L_2019172NL.01005601.xml (europa.eu).

[3] Zie Artikel 4, 1, e): “De lidstaten kunnen bepalen dat een verzoek om milieu-informatie kan worden geweigerd, indien het verzoek interne mededelingen betreft, rekening houdend met het openbaar belang dat met bekendmaking wordt gediend.”.

[4] Zie Artikel 4, 3, c: “Een verzoek om milieu-informatie kan worden geweigerd indien het verzoek nog onvoltooid materiaal of interne mededelingen van overheidsinstanties betreft, wanneer in een dergelijke uitzondering is voorzien in het nationale recht of bestendig gebruik, met inachtneming van het openbare belang dat met bekendmaking wordt gediend.”.

[5] Artikel II.40, § 4, eerste Bestuursdecreet; Artikel II.45, § 3 Bestuursdecreet.

[6] Artikelen II.34, 3°, en II.36, § 1, tweede lid, 2°, van het Bestuursdecreet.

[7] Artikelen II.35, 5°, en II.36, § 1, tweede lid, 9°, van het Bestuursdecreet.

[8] Artikel II.33, 2° Bestuursdecreet.

[9] Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, 1656, nr. 1, 57.

[10] Zie antwoord van de Commissie op de schriftelijke vraag 3955/03: “The text of COM (2000) 400 final referred to situations, where the borderline between the right of access to information and the right of the administration not to release internal or unfinished documents or data might not have been properly struck.”

[11] Zie https://journalist.be/app/media/2019/04/NL-def.pdf.

 

(foto: Belga)