Journalisten kunnen na opdracht in buitenlandse rode zone vrijstelling van quarantaine krijgen

Journalisten die om professionele redenen meer dan 48 uur in een rode zone in het buitenland zijn geweest, kunnen wel degelijk – als ‘kritische functie in een essentiële sector’ – een beroep doen op vrijstelling van de quarantaineverplichtingen (althans bij afwezigheid van symptomen).

Dat vereist wel een attest van de werkgever dat het om een kritische functie gaat en een noodzakelijke activiteit die niet kan worden uitgesteld. De vrijstelling geldt overigens niet voor het afnemen van tests.

Over de regeling was onduidelijkheid ontstaan toen bleek dat de Vlaamse regering 14 ‘essentiële’ beroepscategorieën heeft uitgezonderd van de quarantaineverplichting, maar niet journalisten en media. In de federale COVID-maatregelen wordt journalistiek nochtans wel steeds als een ‘essentiële activiteit’ bestempeld, waarvoor lockdowns, thuiswerkverplichtingen en avondklokken niet zomaar gelden.

Via de uitzonderingsbepaling voor ‘kritische functies met noodzakelijke activiteiten’ kunnen journalisten na een reportage in een buitenlandse rode zone nu alsnog zonder quarantaine hun werk voortzetten.

Hierna de verduidelijking die Vlaams minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) ons desgevraagd bezorgde.

(PD)

 

Cf. artikel 47/1, §2, vierde lid, 3° van het Preventiedecreet kan de Vlaamse Regering een vrijstelling van quarantaineverplichting verlenen aan personen die om essentiële redenen in hoogrisicogebied zijn geweest.

In uitvoering daarvan heeft de Vlaamse Regering op haar laatste Ministerraad inderdaad 14 categorieën afgebakend in artikel 4 van het BVR van 8 januari 2021. De lijst van categorieën is gebaseerd op de laatste lijst met uitzonderingen op de quarantainemaatregelen die nog onder de vorige federale regering werd opgenomen in de FAQ. De journalisten zijn in geen van beide lijsten opgenomen.

De journalisten kunnen wel beroep doen op de mogelijkheid waarin het uitvoeringsbesluit voorziet om de quarantaine tijdelijk op te heffen om een noodzakelijke activiteiten te vervullen (artikel 3, laatste lid van het BVR van 8 januari 2021).

Art. 3. De termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 1, eerste lid, van het decreet van 21 november 2003, is:
1° minimaal zeven dagen na aanvang van de symptomen en tot ten minste drie dagen zonder koorts en met verbetering van de respiratoire symptomen, als er symptomen van COVID-19 zijn;
2° zeven dagen vanaf de datum van de COVID-19-test, als er geen symptomen van COVID-19 zijn.
De tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 2, eerste lid, van het voormelde decreet, duurt tien dagen vanaf de laatste dag dat de persoon in kwestie in een hoogrisicogebied is geweest, tenzij die persoon een negatieve COVID-19-test heeft ondergaan vanaf de zevende dag van de tijdelijke afzondering.
De tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, duurt tien dagen vanaf het laatste contact dat heeft geleid tot een verhoogd risico op COVID-19, tenzij de persoon een negatieve COVID-19-test heeft ondergaan vanaf de zevende dag van die tijdelijke afzondering.
In afwijking van het tweede en derde lid kan de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in artikel 47/1, § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, tijdelijk worden opgeheven om een noodzakelijke activiteit te vervullen, als die activiteit niet kan worden uitgesteld.

In toepassing daarvan kan voor mensen die kritische functies uitoefenen in essentiële sectoren die zijn opgenomen in de bijlage bij het MB van 28 november 2020, waaronder de media, de journalisten en de diensten van de communicatie, het verrichten van arbeid op de plaats van tewerkstelling dus worden toegestaan, mits een attest. Deze informatie vindt u ook op de volgende website: https://www.vlaanderen.be/gezondheid-en-welzijn/gezondheid/gezondheid-en-preventie-bij-sociaal-contact-tijdens-de-coronacrisis/coronatesten-en-quarantaine.

Ik hoop hiermee uw vraag afdoende te hebben beantwoord.

Met vriendelijke groet,

Benjamin DALLE

Vlaams minister van Brussel, Jeugd en Media