Geen wettelijk recht, wel een optie op consulaire bijstand voor journalisten in buitenlands risicogebied

Het Grondwettelijk Hof verwerpt de klacht van de VVJ en haar Franstalige zusterorganisatie AJP tegen een nieuw wetsartikel dat burgers – en ook journalisten – het recht ontzegt op consulaire bescherming wanneer ze zich begeven naar conflictgebieden.

Het nieuwe wetsartikel maakt deel uit van de wet van 9 mei 2018 tot wijziging van het Consulair Wetboek. De VVJ en de AJP vroegen aan het Grondwettelijk Hof de vernietiging ervan omdat het ook buitenlandjournalisten treft die hun werk doen in risicogebieden. De wetgever verantwoordt de bepaling met het argument dat ‘reizigers’ die naar conflictgebieden trekken, moeten worden geresponsabiliseerd. Volgens de VVJ en de AJP zijn journalisten weliswaar niet zomaar ‘reizigers’. Hen consulaire bijstand ontzeggen, komt neer op een schending van het gelijkheidsbeginsel en een inbreuk op de persvrijheid.

Het Grondwettelijk Hof is de VVJ en de AJP echter niet gevolgd. Het wijst erop dat journalisten ook voor de wet van 9 mei 2018 geen wettelijk recht op consulaire bijstand hadden en dat de wet enkel de bestaande praktijk codificeert. Bovendien impliceert de bestreden bepaling niet dat men iedere vorm van consulaire bijstand automatisch wordt ontzegd, ze wil de reiziger vooral op zijn verantwoordelijkheden wijzen. Ook in de uitgesloten gevallen zullen de Belgische overheden onderzoeken of consulaire bijstand opportuun is en indien mogelijk interveniëren. De wet wil reizigers in wezen vooral responsabiliseren en hen behoeden voor irrealistische verwachtingen ten aanzien van eventuele consulaire bijstand.

Charlotte Michils

(Foto: Mohamed Messara)

 

Lees het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Raadpleeg hier de wet van 9 mei 2018.