De ‘death ride’ van buitenlandse eco-reporters #InternationaljournalistDay

Volgens UNESCO hebben er sedert 1993 wereldwijd liefst 1.405 journalisten het leven gelaten. In 2019 alleen al telde de ngo Global Witness 212 dodelijke slachtoffers, meer dan ooit tevoren. Velen van hen zijn eco-journalisten, die zich engageren rond de thema’s milieu en klimaat. Enkel journalisten in oorlogsgebieden krijgen het nog zwaarder te verduren, aldus de ngo Committee to Protect Journalists (CPJ).

Charlotte Michils

(Foto: David Tesinsky/Polaris/Photo News)

Wereldwijd neemt de temperatuur een hoge vlucht. De poolkappen smelten sneller dan voorspeld. Bosbranden veroorzaken elke zomer een recorduitstoot aan CO2. Maar velen die daarop wijzen betalen een hoge prijs. Het akkoord van Parijs in 2015 stemde velen hoopvol, maar dreef de situatie voor de terreinwerker op de spits. Sinds de ondertekening in december 2015 kwamen er elke week gemiddeld vier milieuactivisten en -reporters om het leven. Vele anderen kregen te maken met (seksueel) geweld, arrestaties, doodsbedreigingen, cyberbullying en SLAPP’s (loodzware gerechtelijke procedures waarmee kritische stemmen het zwijgen worden opgelegd).

Hoge dodentol

De Filippijnen en Colombia bleken het gevaarlijkst, samen tekenen ze voor de grote helft van de dodelijke gevallen in 2019. Het Global Witness-rapport wijst mijnbouw, agribusiness en illegale houtkap als de meest heikele thema’s aan.

(Uit het Global Witness-jaarverslag van 2019)

 

Het aantal dodelijke en andere slachtoffers ligt in werkelijkheid evenwel nog hoger, aldus het collectief Tierra de Resistentes (Land of Resistants). Tierra de Resistentes is een groep van 50 journalisten, fotografen en videasten, onder meer afkomstig uit vier Latijns-Amerikaanse landen die de Global Witness-lijst van gevaarlijkste landen aanvoeren. Samen legden ze een databank aan die intussen 2.367 geweldfeiten telt over een periode van elf jaar (2009-2019).

Ook in Europa

Hoewel het jaarrapport van Global Witness Europa als veiligste continent aanwijst, blijkt ook dat niet zonder problemen. Zo maakte de strijd tegen illegale houtkap in Roemenië twee slachtoffers en werden talloze andere collega’s het doelwit van smeercampagnes en rechtszaken. Ook in de VS krijgen eco-journalisten te maken met intimidatie, zegt Courtney Radsch, hoofd advocacy bij CPJ. Minstens tien journalisten werden gearresteerd toen ze protesten tegen de Dakota Access Pipeline wilden coveren. En recentelijk werd de Deense journalist Kristian Lindhardt tegengehouden aan de Canadese grens. Lindhardt wilde een documentaire maken over het inheems verzet tegen de Trans Mountain Pipeline.

Specifieke subsidies en werkbeurzen

Bovenop het fysieke risico voor eco-reporters komt het gevecht tegen fake news, waartoe gepolariseerde thema’s als milieu zich bij uitstek lenen. Op de website van CPJ staat de getuigenis van een brandweerman over hevig woedende bosbranden, terwijl de overheid verkondigt dat die onder controle zijn. Om dat fake news tegen te gaan verstrekt het Noord-Amerikaanse SEJ (Society of Environmental Journalists) beurzen aan eco-journalistieke projecten. Ook dichterbij verlenen organisaties van die subsidies en werkbeurzen, zoals het Noorse GRID-Arendal en Clean Energy Wire (CLEW). Contacteer journalismfund.eu voor de laatste stand van zaken.

Nood aan anti-slappwetgeving

Milieuorganisaties en journalisten krijgen steeds meer te maken met intimiderende rechtszaken, ook in de EU. In Kroatië zijn er momenteel zowat 1.163 rechtszaken hangende tegen journalisten. Ook Malta kampt met hallucinante cijfers. Tegen de vermoorde Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia waren liefst 46 rechtszaken aangespannen. Ook België is niet onbekend met het fenomeen, getuige daarvan enkele elkaar snel opvolgende rechtszaken tegen de nieuwswebsites Apache en EU Observer. Samen met andere Europese en nationale partners ijvert de VVJ daarom voor een uitgekiende anti-slappwetgeving die nodeloos intimiderende rechtszaken in een vroeg stadium moet stoppen.