Belastingaangifte 2020: wegwijs voor zelfstandige journalisten

Deze bijdrage loodst zelfstandige journalisten door de belastingaangifte 2020 en focust op fiscaliteit eigen aan het journalistenberoep. Op het einde komt ook specifieke info aan bod voor journalisten in bijberoep en voor wie occasioneel bijverdient in de journalistiek. Lees dit artikel samen met belastinggidsen van kranten, Test-Aankoop of andere spelers. Denk eraan dat je de fiscus dit jaar enkel telefonisch om uitleg kunt vragen (T. 02 542 33 97); langsgaan in het plaatselijke belastingkantoor of op een gemeentelijke zittingsdag is niet mogelijk.

 

Charlotte Michils, juridisch adviseur VVJ/AVBB

 

(Foto: Belga/Jonas Hamers)

Download dit artikel in pdf

 

  1. Corona stelt de indiendatum niet uit: enkele deadlines op een rijtje

 

De papieren aangifte moet uiterlijk 30 juni bij de fiscus in de bus vallen. Wie online indient via tax-on-web krijgt een dikke 2 weken respijt en tikt ten laatste 16 juli 2020 op de verzendknop. De deadline voor aangifte via een mandataris (boekhouder, accountant, belastingconsulent, …) is 22 oktober 2020. Wie vorig jaar indiende via Tax-on-web, zal dit jaar geen papieren formulier ontvangen. Hetzelfde geldt voor wie een beroep deed op een mandataris, op voorwaarde dat dit mandaat nog altijd loopt.

Toch houdt de fiscus enigszins rekening met de coronacrisis. Wie het aanslagbiljet voor de inkomsten van 2018 heeft gekregen met een verzendingsdatum na 11 maart 2020, krijgt in plaats van twee maanden, vier maanden om de verschuldigde belasting te voldoen.

 

  1. Zelfstandige journalisten en hun belastingaangifte: beroepsinkomsten, beroepskosten, inkomsten uit auteursrechten en belastingverminderingen

 

Een zelfstandige en iedereen die diverse inkomsten heeft uit occasionele verrichtingen, geeft de beroepsinkomsten en -kosten aan in deel 2 van de belastingaangifte.

 

2.1 Beroepsinkomsten en -kosten

 

Inkomsten uit je journalistieke activiteit geef je aan in vak XVIII. Deze inkomsten, baten genoemd, vul je in bij nr. 650. Als je je werkelijk gemaakte beroepskosten wil aangeven, vermeld je het totaalbedrag bij nr. 657. Als je opteert voor het kostenforfait, dan vul je niks in. Je kiest natuurlijk wat voor jou het voordeligst is: de forfaitaire beroepskosten of de werkelijke beroepskosten. Voor beoefenaars van vrije beroepen worden de forfaitaire beroepskosten berekend op het bruto bedrag van de baten (na afhouding van de RSVZ-bijdragen).

Na aftrek verkrijg je het netto belastbare inkomen waar de fiscus vervolgens een belastingtarief op toepast, afhankelijk van de inkomensschijf (25% à 50%) waar je beroepsinkomen onder valt.

 

  • Het kostenforfait in de belastingaangifte 2020 (inkomsten 2019):
Inkomstenschijf Kostenforfait
< € 6.120 28,70% (max. € 1.756,44)
€ 6.120 tot € 12.160 10% (max. € 604)
€ 12.160 tot € 20.240 5% (max. € 404)
> € 20.240 tot € 69.092 3% (max. 1.465,56)

In totaal kun je volgens dit systeem dus € 4.230 aftrekken.

 

  • Je kiest voor het systeem van de werkelijke beroepskosten

Om in aanmerking te komen voor de belastingaftrek, moeten de uitgaven aan drie voorwaarden voldoen. Ze moeten rechtstreeks voortvloeien uit je beroep, je moet ze betaald hebben in 2019 en je moet ze kunnen bewijzen. Hierna gaan we in op de vijf belangrijkste categorieën van aftrekbare beroepsuitgaven voor journalisten.

 

  1. sociale bijdragen

Sociale bijdragen zijn volledig aftrekbaar. Hetzelfde geldt voor VAPZ-bijdragen (Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen), een interessante spaarformule om je pensioen als zelfstandige op te krikken. Zijn geen aftrekbare beroepskost: bijdragen voor de Vlaamse Zorgverzekering en, sinds 1 januari 2020, wettelijke verhogingen van je sociale bijdragen als zelfstandige. Dat laatste word je aangerekend wanneer je je bijdragen niet tijdig betaalt of wanneer blijkt dat je ten onrechte verminderde voorlopige bijdragen betaalde.

 

  1. huisvesting

Kosten verbonden aan het beroepsmatig gebruik van een onroerend goed mag je beschouwen als beroepskosten. Voorbeelden zijn: huur en huurlasten / afschrijving eigendom, verwarming, elektriciteit, gas en water, verzekering gebouw plus inhoud, loon en loonkosten poetshulp en onderhoudsproducten, inrichtingskosten gebouwen (te spreiden over verschillende jaren), kosten voor herstellingen, onroerende voorheffing, intresten op lening aankoop gebouw. Voor specifieke beveiligingskosten is er een verhoogde aftrek van 120% voor zelfstandigen en vrije beroepen.

Als je slechts een gedeelte van je vestiging beroepsmatig gebruikt, dan moet je een opdeling van de benutte ruimte maken. Kosten met betrekking tot het beroepsgedeelte kun je aftrekken, die met betrekking tot het privégedeelte niet. Voor gemengde kosten moet je zelf de verhouding tussen beroep en privé moeten bepalen. Daarover kun je altijd een akkoord sluiten met je controleur. Ook de leningskosten bij hypothecaire lening zijn fiscaal aftrekbaar. De interest die je kunt boeken als kost, bepaal je volgens deze formule:

Betaalde intresten hypothecaire lening x percentage voor beroepsgebruik

 

  1. mobiliteit

Auto

Intresten op een autolening, mobilofoonkosten en kosten voor de installatie van een elektrisch laadpunt thuis mag je voor 100% inbrengen, brandstofkosten voor slechts 75 procent. Voor alle andere autokosten hangt het aftrekpercentage af van de CO2-uitstoot van je auto. Het schommelt tussen 50% en 120%. Voor elektrische auto’s (0 g CO2) bedraagt de aftrek 120%. Voor auto’s aangekocht vóór 1 januari 2018 is er een minimumaftrek van 75 procent. ‘Aangekocht’ betekent dat er een gedateerde en getekende bestelbon is opgemaakt of dat er een leasingcontract is afgesloten. Je moet altijd een opsplitsing maken tussen het professioneel en het privégebruik van de auto.

Openbaar vervoer

Openbaar vervoer (abonnementen en losse tickets) is voor 100% aftrekbaar als beroepskosten.

Fiets

De fiets (zowel de gewone als de elektrische fiets en de speed pedelecs) is voor 120% fiscaal aftrekbaar, zowel voor de aankoop van de fiets zelf (gespreid over drie, doorgaans vijf jaar) als voor de kosten van onderhoud en herstelling. Het fiscaal voordeel wordt bovendien uitgebreid naar gekoppelde uitgaven zoals de kostprijs voor een helm, slot, fietskleding en (hand)schoenen, de plaatsing van een fietsenstalling.

 

  1. diverse beroepskosten

Volledig aftrekbare kosten zijn:

  • telefoon- en internet.
  • bureau- en kantoorbenodigdheden.
  • honoraria van een fiscaal adviseur, boekhouder, accountant of advocaat.
  • opleidingen, studiereizen, buitenlandse congressen en seminaries op voorwaarde dat ze verband houden met de huidige beroepsactiviteit.
  • premies verzekering gewaarborgd inkomen.
  • vakliteratuur
  • VVJ-lidmaatschap.

Belastingen zijn niet aftrekbaar, maar op deze regel bestaan uitzonderingen. Voor zover het om beroepsgebruik gaat, zijn volgende belastingen wel aftrekbaar:

  • verkeersbelasting en belasting op inverkeerstelling (voor personenwagens te beperken tot 75% of percentage op basis van CO2-uitstoot)
  • onroerende voorheffing van een (deel van een) onroerend goed dat beroepsmatig wordt gebruikt (zie hoger)
  • provinciale en gemeentelijke belastingen op bedrijven en energiegebruik
  • het eurovignet
  • de niet als voorbelasting aftrekbare btw m.b.t. beroepsmatige goederen en diensten. Weet wel dat journalisten vallen onder de btw-vrijstelling van artikel 44, §3, 3° van het btw-wetboek.

 

  1. afschrijvingen

Heel wat investeringen en aankopen mag je niet volledig als kosten aftrekken, maar moet je spreiden naargelang de economische levensduurte van het goed. Het gaat om grote investeringen die jarenlang meegaan. Denk aan een auto en een computer. Een auto wordt doorgaans op vijf jaar afgeschreven, zodat je dus jaarlijks 20% van de beroepskost inbrengt. Voor een computer, software, smartphone of meubilair past men een jaarlijks afschrijvingspercentage van 33% per jaar toe, voor een kantoorgebouw 3%. Raadpleeg je boekhouder voor meer info.

 

Belastingtarieven

Na aftrek van de beroepskosten past de fiscus op het netto-belastbare inkomen een belastingtarief toe dat afhangt van de hoogte van je netto-belastbare inkomen. Zo wordt een inkomen onder de grens van € 13.250 belast aan 25%, de schijf tussen € 13.250 en € 23.390 aan 40% en zo verder. Het totale belastingbedrag is dan de som van de belastingen te betalen voor elke schijf.

 

 Belastingschijven voor aanslagjaar 2020, inkomstenjaar 2019

Belastbaar inkomen Basisbelasting
< € 13.250 25%
€ 13.250 tot € 23.390 40%
€ 23.390 tot € 40.480 45%
> € 40.480 50%

 

Dat belastingbedrag wordt vervolgens verminderd met een belastingvrije som (€ 8 860 of meer, afhankelijk van variabelen als kinderen ten laste, alleenstaand ouderschap en zo meer). Het resultaat is de belasting die je werkelijk moet betalen.

 

Casus: de student-zelfstandige

Als student-ondernemer moet je geen belastingen betalen als je totale inkomsten onder de belastingvrije som liggen. Voor het inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020) is dat € 8.860. Verdien je meer dan € 8.860, dan betaal je enkel belastingen op je inkomsten boven de grens van € 8.860.

 

2.2 Vergoeding voor de overdracht van auteursrechten

 

Journalisten die auteursrechtelijk beschermd werk maken waarvan de auteursrechten worden overgedragen aan nieuwsmedia, komen in aanmerking om te worden vergoed in auteursrechten. De fiscus beschouwt de vergoeding voor de overdracht van auteursrechten tot € 61.200 als roerende inkomsten. Het bedrag boven die grens krijgt de kwalificatie van beroepsinkomsten en wordt belast tegen het progressieve belastingtarief (zie hoger). In de praktijk zijn het vooral zelfstandige journalisten die aanspraak maken op een auteursvergoeding, maar in theorie kunnen ook loontrekkenden een auteursvergoeding krijgen. In het laatste geval moet je de auteursvergoeding aangeven bij nr. 250 (deel 1, vak IV, rubriek A) en de roerende voorheffing die door de werkgever wordt afgehouden van het bedrag en doorgestort naar de fiscus, onder rubriek M, bij nr. 299. In het kader van een zelfstandige samenwerking geef je de verdiende auteursrechten aan in rubriek D (deel 1, vak IV). Bruto-inkomsten uit auteursrechten vermeld je in deel 1, vak VII, rubriek D, bij nr. 117, forfaitaire of werkelijke kosten bij nr. 118 en de ingehouden roerende voorheffing bij nr. 119.

Je bent sowieso verplicht om inkomsten uit auteursrechten aan te geven, ook al stortte de opdrachtgever de roerende voorheffing keurig door naar de fiscus. De roerende voorheffing wordt berekend op het brutobedrag, na aftrek van de forfaitaire kosten die op deze inkomsten van toepassing zijn.

 

Voor het inkomstenjaar 2020 (aanslagjaar 2019)

Auteursrechten Forfaitaire kosten Belastbaar Roerende voorheffing
€ 0 – € 16.320 50% 8.160 15% (= € 1.224)
€ 16.320 – € 32.640 25% 12.240 15 % (= € 1.836)
€ 32.640 – € 61.200 0 % 28.560 15% (= € 4.284)
>   € 61.200 Géén roerende voorheffing, progressieve inkomstenbelasting (tussen 25 en 50%)

 

2.3 Belastingverminderingen en de rechtsbijstandsverzekering

 

Belastingverminderingen zijn uitgaven die worden afgetrokken van de belastingen die je moet betalen. De lijst is lang, hier focussen we enkel op de rechtsbijstandsverzekering. Aangezien het om een federale belastingvermindering gaat, begint het nummer ervan in de aangifte met een 1 (een 2 in de rechterkolom).

Een rechtsbijstandsverzekeraar neemt het op voor je wanneer een gebeurtenis aanleiding heeft gegeven tot een situatie waardoor je schade hebt geleden of schade hebt veroorzaakt. Je kunt erbij terecht om informatie in te winnen over je rechten. Daarnaast neemt een rechtsbijstandsverzekering de kosten van de verdediging op zich, ongeacht of je nu in het gelijk wordt gesteld of niet. Niet onbelangrijk want de kosten van een juridisch geschil kunnen aardig oplopen.

Sinds 2019 geeft je rechtsbijstandsverzekering recht op belastingvermindering. Niet om het even welke rechtsbijstandsverzekering evenwel. Zo moet het gaan om een algemene rechtsbijstandsverzekering (geen rechtsbijstandsverzekering gekoppeld aan een andere verzekering dus) en moet je gedekt zijn tot minstens € 13.000 in burgerlijke zaken, € 13.500 in strafzaken en € 6.750 in bouwgeschillen. Daarnaast krijg je enkel een belastingvoordeel voor de premies gestort van 1 september tot en met 31 december 2019, met een maximum van € 310. Tot slot mag je de premie niet tegelijk aftrekken als beroepskost. Het concrete premiebedrag vind je op het fiscaal attest van de verzekeraar en vul je in bij nr. 344 (deel 1, vak X, II, rubriek I).

 

  1. Journalistiek als bijverdienste

 

3.1 Inkomsten uit occasionele prestaties

 

Van occasionele prestaties is sprake als ze geen verband houden met je beroepsactiviteit en geen regelmaat vertonen. Denk aan een docent die heel af en toe een stuk schrijft voor een krant. De fiscus bekijkt dergelijke prestaties geval per geval. Hij heeft daarbij niet het laatste woord, een meningsverschil kun je voorleggen aan de rechter. Als je niet voldoet aan de voorwaarden, dringt zich een ander statuut op, zoals dat van zelfstandige in bijberoep. In het verleden werd een journalist die af en toe opdrachten deed voor een andere uitgever, teruggefloten omdat die prestaties duidelijk verband hielden met zijn beroepsactiviteit. Ook wanneer de prestaties te regelmatig worden, dreigt dat verdict.

Inkomsten uit occasionele verrichtingen geef je aan in deel 2 (Diverse inkomsten), vak XV, bij nr. 200 (rubriek B.2.b). Heb je kosten gemaakt bij het leveren van deze prestatie, dan vul je het totaalbedrag daarvan in bij nr. 201. Belangrijk is dat je alle bewijsstukken bewaart. Wie voldoet aan de voorwaarden van occasionele prestaties, doet daar zeker zijn voordeel mee, want de netto-inkomsten worden belast aan 33%.

 

3.2 Inkomsten als zelfstandige in bijberoep

 

Als prestaties niet langer occasioneel zijn, dan beschouwt de fiscus de inkomsten eruit als beroepsinkomsten. Dat is ook zo als je aanzienlijke investeringen of financieringen doet. Deze beroepsinkomsten worden dan geteld bij je andere beroepsinkomsten. Vul in vak XIV alvast de aard van je bijberoep in en je ondernemingsnummer. Inkomsten uit journalistieke activiteiten geef je aan in vak XVIII. Deze inkomsten, baten genoemd, vul je in bij nr. 668. Als je kosten hebt gemaakt, vermeld je het totaalbedrag bij nr. 657 (cf. werkelijke beroepskosten). Als je opteert voor het kostenforfait, dan vul je niks in. Ook bij sociale bijdragen (nr. 656) hoef je niks te vermelden, als journalist in bijberoep geniet je immers een wettelijke vrijstelling. Hou ook rekening met de mogelijkheid je auteursrechtelijke vergoedingen aan te geven onder dat specifieke, voordelige fiscale statuut (zie hoger).

 

Vragen i.v.m. de belastingaangifte? Mail naar Charlotte Michils of Pol Deltour via info@journalist.be.