Corona en de pers: correct berichten tussen verhullen en overdrijven in

 

De coronapandemie is een nieuwsevent van de eerste orde, en dus worden er – normaal in zo’n geval – ook vragen gesteld over de werkwijze van de nieuwsmedia. Nochtans zijn en blijven de journalistieke basisregels intact: journalisten moeten eerst en vooral onafhankelijk en waarheidsgetrouw berichten over wat er gebeurt, coronacrisis of niet. Verhullen noch dramatiseren is daarbij de boodschap.

 

Pol Deltour

 

“Jullie media zijn paniekzaaiers. Jullie maken alles kapot! Erger dan politiekers! Corona is een griepvirus als alle andere, iedereen die ik hier aanspreek bevestigd dat. Ik heb mijn krantenabonnement al opgezegd, want door jullie ben ik de helft van mijn klanten verloren en nu moet ik besparen. Geef eindelijk eens positief nieuws en zet uw sensatiezucht aan de kant!”

R.L. in een mail aan de VVJ, verstuurd vanaf zijn iPhone op 6 maart 2020

 

R.L. staat niet alleen met zijn kritiek, heel veel mensen vinden het nieuwsaanbod over corona overdreven, te dramatiserend en paniekerig. Want het verschil met een uit de kluiten gewassen griep moet je hen nog altijd eens uitleggen. En intussen gaan scholen dicht, bloeden bedrijven en stevent de wereldeconomie op een recessie af. Het punt is dat anderen de media juist makheid verwijten, slaafsheid zelfs. Want ze onderschatten wat er gebeurt. Of – erger nog – ze proberen het bewust toe te dekken, onderworpen als ze zouden zijn aan een establishment dat koste wat het kost massale paniek over een nieuwe pestepidemie wil vermijden.

Een forse seizoensgriep, een moordende pest, of wordt het iets daartussenin? Voor nog andere critici is overigens precies die diversiteit in toonaarden over covid-19 het probleem. Zij dringen aan op geïntegreerde communicatie erover, met een eensluidende heldere boodschap. Nu immers zijn mensen alleen maar stuurloos en in de war.

Welke gedragsregels gelden voor nieuwsmedia en journalisten – met name in coronatijden? En leven ze die regels ook na? De vragen zijn legitiem, nu journalistiek per definitie interpelleerbaar moet zijn. Ze zijn vandaag ook bijzonder pertinent, nu het nieuwe virus diepe sporen trekt door mensen en maatschappij. Maar deftige antwoorden zijn niet mogelijk zonder vooraf toch nog eens het essentiële onderscheid aan te vinken tussen de klassieke en sociale media. De eersten worden beheerd en bevolkt door professionele uitgevers en journalisten, die ook verantwoordelijkheid opnemen voor hun doen en laten. Facebook, Twitter & Co. van hun kant maakt het nauwelijks iets uit wie wat op hun platformen zwiert – zolang het maar clicks, data en reclameomzet genereert. Het verklaart waarom sociale media zo blijven grossieren in fake news en desinformatie, in complottheorieën en rampallegorieën – nu ook met sars-CoV-2 in de hoofdrol.

 

Waarheidsgetrouw informeren

De klassieke nieuwsmedia zetten dezer dagen volop mensen en middelen in om het coronadrama zo goed mogelijk te verslaan. Ze doen dat bovendien vanuit een beroepsethisch kader, dat primair is gericht op het onafhankelijk en waarheidsgetrouw informeren van hun publiek. In Vlaanderen hanteren de nieuwsmedia daarbij een Code, die is opgesteld en wordt afgedwongen door een Raad voor de Journalistiek (www.rvdj.be). Die Code bevat normen over onafhankelijkheid, waarheidsgetrouwheid, respect voor privacy en eerlijke beroepspraktijken, die voluit van toepassing zijn op de coronaverslaggeving. Aangezien die normen al geruime tijd hun deugdelijkheid hebben bewezen, is er geen enkele reden om ze in coronatijden gauwgauw over te slaan of aan te passen.

De journalist bericht waarheidsgetrouw, in het verlengde van het recht van het publiek om de waarheid te kennen, staat in artikel 1 van de Code. Waarheidsgetrouw berichten houdt onder meer in dat redacties “essentiële informatie niet schrappen of verdraaien” (artikel 3). Feiten worden dus enerzijds niet verhuld, anderzijds worden ze ook niet overdreven. Gewoon zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid komen, is en blijft de boodschap. Rekening houdend met wat vandaag effectief is geweten, welteverstaan. Zelfs de grootste experten erkennen momenteel de grote onzekerheid van de toekomst die covid-19 ons brengt. Dan moet men het ook journalisten gunnen om met dagelijks voortschrijdend inzicht zo goed mogelijk hun job te doen. Een middelenverbintenis voor de waarheid, zouden juristen zeggen, wat niet hetzelfde is als een resultaatsverbintenis.

Verhullen de nieuwsmedia informatie over corona? Voor wie nu al zeker is van een nakende apocalyps, is dat wellicht het geval. Die mensen geloven dan ook meteen dat journalisten slaafs op schoot zitten bij paniekvrezende politici. Hier ook vallen de complotdenkers te situeren, die ervan overtuigd zijn dat de een of andere boosaardige virusverspreider (Chinezen zelf, de Russen, een religieuze sekte?) het op de mensheid begrepen heeft. Maar laat ons realistisch blijven: niets, maar dan ook niets wijst erop dat redacties bewust informatie over corona aan het achterhouden zouden zijn. Ze hebben daar ook niet het minste belang bij, nu hun essentie en ook enige bestaanszekerheid informeren is. Essentiële informatie verhullen is bovendien ook nauwelijks nog mogelijk, in deze transparante tijden die de hele mondiale samenleving tot een glazen huis hebben gemaakt.

Overdrijven de nieuwsmedia dan met hun coronaberichtgeving? Is er teveel van, en is ze te alarmistisch van toon? Het klopt dat er heel veel berichtgeving over corona is. En voor de cynici: mediabedrijven erkennen zelf dat dit hun omzetcijfers vandaag een zetje geeft (een welgekomen ervaring nu de digitale disruptiecrisis nog altijd niet goed is doorgeslikt). Maar daarom gericht dramatiseren en paniekzaaien? Opnieuw: wat zijn daarvan de zin en het nut? Professionele nieuwsbedrijven snijden met zoiets alleen maar in het eigen vel. Ze ondermijnen er hun eigen geloofwaardigheid mee, de enige echte wissel op hun toekomst.

 

Goede overheidscommunicatie

Essentieel voor goede berichtgeving in crisistijden is correcte en heldere communicatie vanwege de overheid en andere publieke verantwoordelijken. Politici en experten moeten eerlijk en transparant hun analyses en ambities kenbaar maken aan pers en publiek. Inherent aan de journalistieke verantwoordelijkheid is dan dat hiervan ook correct en loyaal verslag wordt uitgebracht. Vandaag, in volle coronacrisis, gebeurt dat ook. Toch blijft de regel dat vertrouwen blijvend moet worden verdiend. Politici of experten die niet helder communiceren of desinformeren, verliezen snel en doorgaans onherroepelijk krediet.

België heeft op dit vlak nog wat werk voor de boeg, nu liefst negen ministers in het land (een of ander deel van) het gezondheidsbeleid in hun portefeuille blijken te hebben. Gelukkig wordt dat manco op dit ogenblik de facto opgeheven door een sterke federale minister van Volksgezondheid. Ook de haar omringende virusexperten sturen heldere boodschappen richting pers en publiek. Op mondiaal niveau valt de sterke communicatie op van de WHO. Op haar informatieve en toegankelijke website staan sinds januari al officiële cijfers, praktische tips, een reeks myth busters en de (live) streams van de dagelijkse persconferenties.

Een ding staat vast: elke overheidscensuur of desinformatie van haar kant is taboe. Een stevig argument daarvoor hebben we bij het uitbreken van de coronacrisis in China nog gezien. Het muilkorven van de eerste getuigen daar heeft – eens aan het licht gekomen – het vertrouwen van de bevolking in haar leiders een flinke knauw gegeven. En nog erger: het heeft de verspreiding van het virus ongetwijfeld meer kwaad dan goed gedaan.

 

Dissonante geluiden

Een blind vertrouwen in de overheid of experten zou misplaatst zijn. Veel mediakritiek gaat nochtans die richting uit: de berichtgeving over corona stuift alle kanten uit. Soms is ze relativerend en geruststellend (de grieppiste), dan weer onheilspellend en onrustwekkend (de pestpiste). Nauwelijks iemand weet nog waar ie aan toe is met die veelheid aan stemmen. En dus rijst, ook bij sommige politici, de roep om meer lijn in de communicatie, ook bij de nieuwsmedia. Het is een venijnige kritiek, omdat ze ingaat tegen de veelstemmigheid die eigen is aan correcte en waarheidsgetrouwe journalistiek. Die kan niet anders dan ook dissonante en zelfs dissidente stemmen aan het woord laten. Als twee topexperten het oneens zijn over de teststrategie voor het nieuwe virus, dan moet dat gewoon in het journaal. Ook al is het effect verwarring bij het publiek.

Van nieuwsmedia kan wel worden verwacht dat ze dissonante geluiden situeren. Context is alles. En een opinie is een opinie, geen feitenrelaas. Goed dat onderscheid maken blijft een basisregel van de journalistieke beroepsethiek (zie artikel 4 van de Code). Hoe dissonanter een opinie is, hoe meer ze overigens door redacties op haar plaats zal worden gezet. Zelfs voor experten gaat dat op.

Extra kritische zin dringt zich op ten aanzien van fantasten en complotdenkers. Die richten vooral op sociale media veel onheil aan. Een dieet van honing met look is het ideale antidotum tegen corona, weet zo iemand. Amerikaanse laboranten ontwikkelden covid-19 als een biomedisch wapen tegen China, orakelt een ander. En volgens nog zo’n helderziende zijn de duizenden Chinese coronadoden een coverup voor de vele slachtoffers die de uitrol van 5G ondertussen in het land heeft gemaakt. Klassieke nieuwsmedia onderscheiden zich van sociale media door het professionele factchecken van een en ander. Ironisch genoeg zijn ze op dezelfde sociale mediaplatformen aangewezen om hun bevindingen tot bij hetzelfde publiek te krijgen. En dan blijft het nog de vraag of dat veel aarde brengt aan de dijk.

 

Geen paniek

Hebben nieuwsmedia de specifieke verantwoordelijkheid om ‘paniek bij de bevolking te vermijden’ ? Ook dat is een tricky vraag. Een positief antwoord erop kan immers met zich meebrengen dat journalisten verzaken aan hun plicht van waarheidsgetrouw berichten, net om mogelijke paniekreacties tegen te gaan. ‘Paniek vermijden’ kan dan ook nooit de eerste roeping van redacties zijn. Onafhankelijk en correct informeren daarentegen blijft de kern. Nieuwsmedia afrekenen op de impact van hun (correcte) berichtgeving, is een gevaarlijk hellend vlak. Zo schiet vandaag de economie in een kramp, en is ook dat dan een reden voor meer journalistieke terughoudendheid? Misschien is het straks wel de schuld van de pers dat mensen elkaar de hand niet meer schudden?

Dat berichtgeving paniekreacties uitlokt, valt inderdaad niet uit te sluiten. Zelfs het minste coronabericht brengt sommigen in alarmmodus. Toch blijft de enige echte uitweg zo correct mogelijk te informeren. Dat sluit engagementen of de oproep daartoe allerminst uit, verre van. Zo kunnen media hun publiek duidelijk proberen te maken dat panikeren niet hoeft en zelfs contraproductief werkt. Alert zijn daarentegen heeft wel zin. Letten op de ziektesymptonen van covid-19, preventief de handen wassen, niezen in de elleboog en dies meer. We kennen het lijstje van aandachtspunten intussen wel, en dat is mee te danken aan de heel royale verspreiding ervan door overheden én nieuwsmedia. In het algemeen kan gerust worden besloten dat de klassieke nieuwsmedia met hun coronaverslaggeving tot dusver vooral heilzaam zijn geweest. Gelet op de dreiging is opgeroepen tot waakzaamheid en zorg, ondanks de dreiging is gewaarschuwd voor paniek.

 

Privacy

Te midden van alle debat over de maatschappelijke impact van corona, dreigen de eerste getroffenen van de pandemie zowaar uit de boot te vallen: de zieken, de doden en hun omgeving. De journalistieke beroepsethiek is nochtans helder op dit punt: we respecteren het privéleven en de menselijke waardigheid (hoofdstuk IV van de Code van de Raad voor de Journalistiek).

In coronatijden moeten ook die regels scrupuleus worden nageleefd. Alles wijst erop dat dit ook gebeurt. Wie zich alsnog benadeeld voelt, kan met een klacht steeds bij de Raad voor de Journalistiek terecht.

(foto BelgaImage)