En-GAJE vertelt het verhaal van gevluchte journalisten

“Journalistiek was geen keuze, het was een roeping”, vertelt Mansoor Mhanawi. Hij is een van de 45 verbannen journalisten die steun zochten bij En-GAJE. De vzw zet zich in voor journalisten die hun land moesten ontvluchten omdat ze er door hun job niet veilig waren.

Elke week worden wereldwijd twee journalisten vermoord, mishandeld en bedreigd.  Ruim 350 journalisten bevinden zich momenteel in gevangenschap. Soms moeten ze voor hun eigen veiligheid het land uitvluchten.

Enkelen onder hen kwamen in België terecht. Die mensen kunnen terecht bij En-GAJE, voluit Ensemble – Groupe d’Aide aux Journalistes Exilés. De organisatie, die mee door de VVJ wordt ondersteund, zet zich in voor verbannen journalisten. Jean-François Dumont, oud-journalist en voorzitter van de vzw, vertelt: “Het gaat ons om de erkenning dat ze journalist waren en eigenlijk ook blijven. Sommige onder hen waren belangrijke en bekende journalisten in hun land. Als ze naar hier komen riskeren ze alleen nog een nummer te zijn.”

In cultuurcentrum Escale du Nord in Anderlecht loopt momenteel een tentoonstelling over verbannen journalisten. In negen portretten vertellen journalisten uit  verscheidene landen waarom ze moesten vluchten, op welke manier ze journalistiek actief waren in hun land en waarom ze er niet konden blijven.

Mansoor Mhanawi is een van deze acht. De ondertussen 43-jarige journalist werkte in zijn thuisland Irak  voor de televisie. Elke ochtend had hij zijn eigen show. Zijn leven als journalist was niet altijd even makkelijk, legt hij uit. Mhanawi: “Ik ben aan de universiteit afgestudeerd met een diploma Vrije Kunst op zak. Ik ging al snel aan de slag als cartoonist voor grote bedrijven. Zo zette ik  mijn eerste stappen in de journalistiek. Ik wou de Irakezen kennis laten maken met kunst, technologie en zoveel meer. Zaken die niet altijd aanwezig zijn in Irak door de corrupte overheid. Uiteindelijk belandde ik op de televisie met mijn eigen show.”

“Sinds 2016 ben ik in België. Ik  volg momenteel Franse les, een taal die moeilijk voor me is. Wel mis ik mijn routine als journalist. Opstaan, voor of achter de camera staan en verhalen vertellen. Elke ochtend had ik mijn eigen talkshow. Ik mis het om voor de camera te zitten en het rode licht van een opname te zien. Als ik dat zag, zat ik in opperste concentratie. Het was enkel nog de camera en ik, en iedereen die me dan zag natuurlijk. Soms maakten ik en mijn vrienden wel eens een grapje. Dan zat ik daar voor de camera mijn verhaal te vertellen, en zag ik ineens uit mijn ooghoek dat een vriend belde. Dat deden ze natuurlijk met opzet.”

“Journalistiek was geen keuze, het was een roeping, iets dat gewoon in me zat. Als journalist hielp ik mensen. Journalisten zijn een vierde macht, maar daar had  de Iraakse overheid het moeilijk mee. Alles wat ze verkeerd deden, zagen we. Van tijd tot tijd wisten we wel dat het horen, zien en zwijgen was, maar toch lieten we ons als journalist niet doen. Ons sterkste wapen is namelijk de pen, en daar is de overheid van Irak maar al te bang voor. Toch bleef het een gevaarlijk beroep. Als journalist, of kunstenaar in het algemeen, was je altijd in gevaar. Ik probeer nu toch af en toe iets te doen als journalist, ook al is het maar gewoon mijn verhaal vertellen. Als ik dan mijn naam ergens zie staan, voel ik dat ik nog leef.”

De tentoonstelling loopt nog tot vrijdag 14 februari in cultuurcentrum Escale du Nord in Anderlecht (Kapelaanstraat 1, 1070 Anderlecht).

Kayin Luys & Charlotte Missotten