Wetsontwerp staatsgeheimen grote bedreiging voor journalistiek

Een wetsontwerp dat de onthulling van ‘geclassificeerde overheidsinformatie’ heel wat ruimer wil bestraffen, legt een loodzware hypotheek op journalisten en klokkenluiders. De regering beloofde, na kritiek van de Raad van State en het Toezichtscomité I, de tekst opnieuw te bekijken.

 

De zogenaamde Classificatiewet van 1998 regelt de geheimhouding van informatie die de overheid als ‘vertrouwelijk’ of ‘geheim’ bestempelt. Klassiek hebben personen die dergelijke documenten willen inkijken, een veiligheidsmachtiging nodig. Mensen met zo’n machtiging die informatie lekken, kunnen tot vijf jaar cel oplopen.

Knack onthult deze week dat minister van (lopende) Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) in mei aan de regering een tekst voorlegde om het onthullen van geclassificeerde informatie veel ruimer te bestraffen. Reynders is als voogdijminister van de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) het eerste aanspreekpunt voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het land. In het voorstel worden ook straffen ingevoerd voor personen die géén veiligheidsmachtiging hebben en geheime of vertrouwelijke overheidsinformatie bekendmaken. Wie dat ‘kwaadwillig’ doet of ‘met het oogmerk te schaden’, riskeert tot drie jaar cel en een boete tot 5000 euro. Maar bestraffing is er ook al voor wie ‘weet of zou moeten dat een openbaarmaking een fundamenteel belang van de Staat kan aantasten’: hij of zij kijkt tegen een mogelijke boete van 5000 euro aan.

Die bepalingen – en zeker de laatste – zijn zo breed geformuleerd dat ze ook alle journalisten treffen die nog over het werk van de veiligheidsdiensten berichten.  Klokkenluiders zijn op basis van de voorgestelde tekst even goed aangeschoten wild.  Levert elke publicatie over vertrouwelijke veiligheidszaken journalisten en hun bronnen voortaan een boete op van 5000 euro? Of ontsnappen die diensten straks gewoon aan elke journalistieke en democratische controle?

Ook de Raad van State en het Toezichtscomité voor de inlichtingendiensten (Comité I) merkten het probleem op. In afzonderlijk adviezen wijzen ze de regering op het grote risico voor ‘andere fundamentele belangen’, zoals de freedom of speech. Volgens de Raad van State dreigt trouwens een botsing met artikel 10 over persvrijheid in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het Europees Hof vonniste veel eerder al dat een ingesteld fiscaal geheim niet belet dat journalisten het publiek informeren in het algemeen belang.

Buitenlandminister Reynders verklaarde intussen met de bedenkingen van de Raad van State en het Comité I rekening te zullen houden. Hij kan daarbij inspiratie putten uit de formulering die op aandringen van de AVBB/VVJ is gevonden voor de recente wet op de bescherming van bedrijfsgeheimen. Volgens die wet kan de bestraffing van bedrijfsspionage of het lekken van gevoelige bedrijfsinformatie niet ten koste gaan van ‘het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie, met inbegrip van de eerbiediging van de vrijheid en het pluralisme van de media’. Ook de Raad van State suggereert de regering om het wetsontwerp over geclassificeerde informatie in die zin aan te passen.

De AVBB/VVJ volgt de ontwikkelingen op de voet en zal alle verdere stappen zetten die zich opdringen.

(PD)