De Kasteelmoord en de aanslag op het journalistieke bronnengeheim

 

Kon journalist Bart Aerts in het VRT-duidingsprogramma TerZake op 17 november 2016 enkele fragmenten van telefoongesprekken in de Kasteelmoordzaak laten horen? En gaf dit justitie sowieso het recht om een huiszoeking bij hem uit te voeren, hem mee te nemen voor verhoor en zijn iPhone tijdelijk in beslag te nemen? In een tussenarrest geeft het gerecht van Gent dat van Brugge alvast gedeeltelijk gelijk. Ten koste van het journalistieke bronnengeheim.

 

Pol Deltour

 

In de Kasteelmoordzaak is de Ruiseleedse dokter André Gyselbrecht aangeklaagd voor moord op zijn eigen schoonzoon, Stijn Saelens. Een element in het verhaal is dat Saelens zich zou hebben schuldig gemaakt aan incest – een piste die de Brugse justitie na onderzoek evenwel kortsloot. Tijdens dat onderzoek werden ook telefoons van de familie Saelens met enkele justitieverantwoordelijken afgetapt. Fragmenten daaruit werden door journalist Aerts afgespeeld in TerZake.

Het Brugse gerecht startte, na klacht van de familie Saelens, een onderzoek naar het lek. Peter Gyselbrecht, zoon van, verklaarde toen dat hij Bart Aerts de telefoongesprekken had laten horen. Met zijn iPhone zou de journalist fragmenten hebben opgenomen. Het leverde zoon Gyselbrecht een formele aanklacht op wegens misbruik van inzage in het strafdossier, en de journalist een vervolging voor mededaderschap daaraan.

Zelf onthield en onthoudt Bart Aerts zich van elke commentaar, zich beroepend op zijn journalistieke bronnengeheim. Het belette het Brugse gerecht niet om in de vroege ochtend van 23 november zijn huis te komen doorzoeken, zijn iPhone in beslag te nemen en de journalist voor verhoor mee te nemen naar Brugge. Die iPhone kreeg hij vier maanden later terug, met de garantie van justitie dat ze het toestel niet had uitgelezen. Bart Aerts mocht zijn iPhone ook niet van de hand doen en moest een verzekering nemen tegen diefstal en verlies.

Misbruik van inzage

De hamvraag blijft natuurlijk of Bart Aerts binnen afzienbare tijd al dan niet wordt vervolgd en gestraft voor mededaderschap aan het misbruik van inzage in een strafdossier. Voorlopig zit justitie duidelijk op die lijn.

Toch zijn er gegronde redenen om in het optreden van de journalist geen schending van artikel 460ter Strafwetboek te zien, dat het misbruik van inzage in een strafdossier beteugelt. De intentie was nu eenmaal niet om het onderzoek te beïnvloeden of wie dan ook te benadelen, wel om volledig en correct verslag uit te brengen over een maatschappelijk relevante rechtszaak: het onderzoek naar de Kasteelmoord en mogelijke beïnvloeding van het gerecht in dat verband.

Even belangrijk is het verweer dat het onderzoek niet correct is gebeurd, wegens meervoudige schending van het bronnengeheim. De wet bepaalt in dat verband de mogelijkheid voor een verdachte om bij de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) van het hof van beroep de nietigheid van die onderzoeksdaden te vragen, en het strafdossier zo ‘te zuiveren’ vooraleer het openbare proces begint. Bart Aerts maakte ook van die mogelijkheid gebruik, maar de Gentse KI kwam hem in een arrest van 21 september niet tegemoet. Volgens het rechtscollege werd het bronnengeheim van de journalist niet geschonden en blijft het strafdossier tegen hem dus overeind.

Bronnengeheim op de helling

De discussie draait rond diverse punten. De Gentse KI vertrekt van de premisse dat een journalist zich wel degelijk schuldig kan maken aan (medeplichtigheid aan) misbruik van inzagerecht. Dat verantwoordt de onderzoeksdaden tegen Bart Aerts, wordt gezegd. Die waren niet gericht op het achterhalen van zijn bronnen, maar op het verzamelen van bewijzen. Ongetwijfeld kan in theorie ook Bart Aerts worden vervolgd, maar in zijn geval zijn de aanwijzingen voor effectief misbruik toch minimaal. En er is de grote maatschappelijke relevantie van het dossier. Dat alles maakt de inbreuken op zijn bronnengeheim hoe dan ook disproportioneel groot.

De KI van het Gentse hof van beroep betwist dan weer dat de maatschappelijke relevantie van de berichtgeving in TerZake zo groot zou zijn. Ze wijst erop dat justitie zelf onderzoek verrichtte naar mogelijke beïnvloeding van het gerecht met betrekking tot het incestverhaal, en dat zonder gevolg afsloot. Case closed dus, ook voor de pers… Voor elke journalist is dat een ferme brug te ver.

Nog volgens justitie kan het bronnengeheim ook moeilijk geschonden zijn omdat de bron nu eenmaal bekend is. Co-verdachte Peter Gyselbrecht verklaarde expliciet dat hij Bart Aerts de geluidsfragmenten doorspeelde. Toch biedt dat geen uitsluitsel, te meer omdat de journalist zelf zich op zijn zwijgrecht blijft beroepen.

Specifiek wat de iPhone betreft zegt de Gentse KI nog dat die niet in beslag werd genomen om ‘uit te lezen’, maar in functie van een latere verbeurdverklaring als ‘instrument van het misdrijf’. Maar zeker dan was de inbeslagneming buiten elke proportie. Overigens zijn er geen harde garanties dat justitie ook effectief de telefoon niet heeft uitgelezen.

Moeilijke strijd

Tegen het arrest van de KI is geen cassatie mogelijk. Dus valt het eventuele proces ten gronde af te wachten om de argumentatie van het bronnengeheim opnieuw te ontwikkelen. Hopelijk vindt die uiteindelijk toch gehoor, is het niet voor de raadkamer, dan voor de correctionele rechtbank, het hof van beroep, cassatie of desnoods het Europese Mensenrechtenhof in Straatsburg.

Als de visie van het parket en de KI wordt gevolgd, dan dreigt er van het journalistieke bronnengeheim in België niet veel over te blijven. Dan volstaat het een journalist van een of ander misdrijf te verdenken – eventueel als mededader – om het bronnengeheim opzij te schuiven. Daar zouden pers en publiek allerminst mee zijn gediend.