De ‘fix’ en de auteursrechten

Sinds 1 juli kunnen freelancers de betaling voor hun auteursrechtelijk beschermd werk fiscaal beschouwen als 50 % voor de overdracht van hun auteursrechten aan de uitgever en 50 % voor het verrichte werk. Maar hoe zit het dan met freelancers die een maandelijkse vaste vergoeding krijgen voor hun geleverd auteursrechtelijk beschermd werk?

Enkele uitgevers hebben hun freelancers gemeld dat de vaste maandelijkse vergoeding (de zogenaamde ‘fix’) niet in aanmerking komt voor de 50/50 verdeling en fiscaal volledig als ‘baten’ moet worden beschouwd.

Dit is voor de VVJ een vreemde gedachtegang. Zowel in het protocolakkoord tussen uitgevers en VVJ als in de beslissing van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in Fiscale Zaken is sprake van ‘een volledige financiële enveloppe toegekend door de uitgever’, waarop een percentage van 50 % wordt toegepast. En die ‘financiële enveloppe’ wordt gedefinieerd als ‘het globaal bedrag toegekend door de uitgever voor het leveren van een werk, met name de vergoeding voor de overdracht van de vermogensrechten en de vergoeding voor het onderliggende werk zelf’.

Voor alle duidelijkheid: vergoedingen die géén betrekking hebben op het leveren van auteursrechtelijk beschermd werk (zoals artikels en foto’s) vallen daar niet onder. Denk aan vergoedingen voor het bijwonen van redactievergaderingen, voor coördinatieactiviteiten of voor onkosten. Die moeten worden gezien als ‘baten’.

Maar een vaste vergoeding voor geleverd auteursrechtelijk beschermd werk waarvan contractueel de overdracht van vermogensrechten is vastgelegd, kan wél fiscaal worden gezien als 50 % auteursrechten en 50 % baten. Zeker als tegenover de vaste vergoeding telkens een min of meer gelijke hoeveelheid artikels of foto’s staat. Nergens in het protocol of in de ruling staat dat dit niet kan. Er is dus geen reden om de vaste vergoeding fiscaal volledig als baten te beschouwen.

(I.D.)