VVJ waarschuwt voor correctionalisering persmisdrijven

Dit zou betekenen dat het openbaar ministerie elke berichtgeving en opiniëring in de media die het als ‘lasterlijk’ of ‘eerrovend’ beschouwt, heel eenvoudig voor de correctionele rechtbank zou kunnen vervolgen. Ten aanzien van beroepsjournalisten en de nieuwsmedia waarvoor zij werken, zou zoiets een al te repressief en intimiderend effect kunnen hebben.

De VVJ wenst eraan te herinneren dat de Belgische grondwetgever in 1831 mogelijke persmisdrijven – net zoals politieke misdrijven trouwens – heel bewust heeft onttrokken aan de klassieke rechtscolleges en toevertrouwd aan het oordeel van een assisenjury, bestaande uit gewone burgers. Dit moest journalisten (net zoals politici) beschermen tegen willekeurige vervolgingen en gerechtelijke intimidaties.

Dat de parketten in de praktijk vermeende persmisdrijven niet voor het assisenhof vervolgen – omdat de procedure te omslachtig zou zijn en de uitkomst te onzeker – kan de media niet ten kwade worden geduid, maar valt enkel onder de verantwoordelijkheid van justitie zelf.

De VVJ herinnert er bovendien aan dat journalisten, en de media in het algemeen, verre van immuun zijn voor gerechtelijke aanspraken. In tegenstelling tot wat het College van Procureurs-generaal beweert, worden regelmatig burgerrechtelijke processen tegen journalisten gevoerd, die bovendien meer dan eens leiden tot substantiële veroordelingen. Daarnaast kunnen journalisten ook correctioneel worden vervolgd voor talloze specifieke misdrijven. Beroepsjournalisten engageren zich bovendien tot het naleven van een eigen beroepsethische code, waarop wordt toegezien door een Raad voor de Journalistiek.

De VVJ vraagt alle politieke verantwoordelijken dan ook met grote aandrang om artikel 150 van de Grondwet het respect te geven dat het verdient, als buffer tegen censuur en steunpilaar van de persvrijheid.

 

 

de Raad van Bestuur van de VVJ

25.03.2015

 

 Foto Christophe Licoppe/Photo News