Vrijstelling btw ook voor audiovisuele journalistiek

Die wijziging is inmiddels aangebracht in het Vademecum voor Zelfstandige Journalisten, dat zopas is geüpdatet en dat VVJ-leden gratis kunnen raadplegen op deze website.

In het originele btw-wetboek staat, bij de vrijstelling op basis van artikel 44, §3, 3° van het btw-wetboek, onder meer als voorwaarde:

1° de verrichting moet een contract zijn voor uitgave en de uitgave veronderstelt dat het werk dat wordt overgedragen of waarop rechten worden verleend materieel vermenigvuldigd wordt op een aantal duurzame exemplaren, voldoende om ter beschikking van het publiek te worden gesteld;

Het begrip ‘duurzaam’ werd toen begrepen als ‘gedrukt op papier’.
Na een parlementaire vraag van Christian Brotcorne (cdH) aan de toenmalige minister van Financiën Didier Reynders blijkt het begrip te zijn uitgebreid. Daarin stelde Reynders: “Er dient daarentegen geen enkel onderscheid te worden gemaakt voor wat de wijze van terbeschikkingstelling aan het publiek betreft, evenals voor wat de drager betreft. Alle technieken komen in aanmerking, zowel papier als digitaal als internetsites.”

Reynders heeft ook de definitie van ‘letterkundige werken of kunstwerken’ uitgebreid: “De termen ‘letterkundige werken of kunstwerken’ omvatten alle voortbrengselen op het gebied der letterkunde, wetenschap en kunst, zoals boeken ongeacht het genre (romans, technische werken, stripverhalen, boeken binnen dewelke illustraties een essentiële plaats innemen, …), brochures, teksten van persartikels, voordrachten, toespraken, preken en andere geschriften van die aard, teksten van sketches, scenario’s en dialogen van theaterstukken en films, romanaanpassingen voor het toneel en voor het scherm; muzikale composities met of zonder woorden; de weergave van choreografische werken en de beschrijving van pantomimes; dramatische toneelwerken en dramatisch-muzikale werken; cinematografische en televisuele werken en, meer algemeen, audiovisuele werken (hierin begrepen rechtstreekse radio- en televisie-uitzendingen, interviews, reclamespots, muziekclips, videospelletjes, diavoorstellingen); stripverhalen en werken van teken-, schilder-, bouw-, beeldhouw-, graveer- en lithografeerkunst; fotografische werken; werken van toegepaste kunsten; tekeningen, schetsen, kaarten en plastische werken met betrekking tot aardrijkskunde, topografie, geschiedenis, bouwkunde, wetenschappen, enzovoort.”

In de originele tekst was onder meer geen sprake van ‘teksten van persartikels’, noch van radio- en televisie-uitzendingen’.

Dat betekent dus dat een zelfstandig journalist (zowel in hoofd- als in nevenberoep) een ereloonnota kan opstellen zonder btw als hij of zij voldoet aan volgende voorwaarden:

  1. Het werk moet origineel zijn en het voorwerp uitmaken van een contract voor uitgave. Dat betekent dat de medecontractant zich ertoe verplicht het werk voor een breed publiek te publiceren.
  2. De overeenkomst moet worden gesloten met de auteur van het werk. Alleen natuurlijke personen komen daarvoor in aanmerking, rechtspersonen niet.

Een freelancer die ervoor kiest toch met btw te werken, kan zich natuurlijk in een situatie brengen die hem of haar wél btw-plichtig maakt: als er geen contract voor uitgave is, of als hij of zij factureert via een vennootschap, dan moet er namelijk wel nog altijd btw worden aangerekend.

De btw-vrijstelling als ‘kleine onderneming’ (art. 56 § 2 van het btw-wetboek en koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992) zal vanaf 1 april 2014 gelden voor ondernemingen waarvan de btw-plichtige activiteiten onder een jaaromzet van € 15.000 blijven. Dat is tot nu toe nog € 5.580 jaaromzet.
(I.D.) / foto Philippe Crochet (Photo News)