Regering geeft groen licht aan herinvoering journalistenpensioen

Het wetsontwerp tot ‘intrekking van de afschaffing’ van het aanvullende journalistenpensioen is voor spoedadvies naar de Raad van State gestuurd. Vervolgens gaat de tekst naar het parlement, voor een bespreking in de Commissie Sociale Zaken van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Al bij al worden daar nauwelijks of geen problemen meer verwacht, wordt gezegd op het kabinet van minister van Pensioenen Vincent Van Quickenborne (Open VLD). Over het regeringsontwerp bestaat een nagenoeg algehele consensus.

Het aanvullende journalistenpensioen voor loontrekkende beroepsjournalisten komt neer op een pensioensupplement van 1/3 bovenop het gewone pensioen, dat weliswaar volledig door eigen middelen van de mediasector wordt gefinancierd. Werkgevers van beroepsjournalisten brengen een aanvullende sociale bijdrage van 2% op het brutoloon in, de beroepsjournalisten zelf betalen 1% van hun brutoloon als aanvullende pensioenbijdrage. De regering-Di Rupo besliste overigens eerder al dat deze financiering voortgezet moest worden, ondanks de formele afschaffing van het systeem eind 2011. De AVBB had de regering er immers snel van overtuigd dat het stelsel behalve in theorie ook in de praktijk zelffinancierend is tot dusver.

 

Toch komt er voor de toekomst een monitoring. De Rijksdienst voor Pensioenen (RvP) krijgt de opdracht de evolutie van bijdragen en uitkeringen van het journalistenpensioen op de voet te volgen en er jaarlijks over te rapporteren aan de minister van Pensioenen. Als zo’n verslag wijst op een financieel onevenwicht, kan de regering, na advies van de RvP en in overleg met de sociale partners, aanpassingen doorvoeren aan het systeem. Dat kan dan neerkomen op zowel een verhoging van de aanvullende bijdragen als een verlaging van het eigenlijke pensioensupplement. Bijkomende optie, steeds in functie van het verzekeren van het financieel evenwicht van het stelsel, is dat het journalistenpensioen zou verhuizen van de wettelijke pensioenpijler (eigenlijk gaat het om een eerste pijler bis) naar een meer sectoraal stelsel in de tweede pensioenpijler.

Freelancers

Het aanvullende journalistenpensioen is traditioneel enkel voor loontrekkende beroepsjournalisten weggelegd. Naar aanleiding van de tijdelijke intrekking en intussen herinvoering van het systeem, legde de AVBB bij Pensioenminister Van Quickenborne ook de uitbreiding naar zelfstandige beroepsjournalisten op tafel. Op het ogenblik van de initiële invoering van het pensioensupplement in de jaren ’60 en ’70 van vorige eeuw, waren er veel minder zelfstandige journalisten professioneel actief. Vandaag gaat het om zowat één beroepsjournalist op vier.

Freelancers ervaren het als een discriminatie dat de directies van mediabedrijven enkel financieel bijdragen aan een aanvullend pensioen voor de loontrekkende beroepsjournalisten. Bovendien zijn de zelfstandigenpensioenen aan de zeer lage kant, en een aanvulling zou voor hen dan ook uiterst welkom zijn.

Voor de freelancers zou de aanvullende pensioenbijdrage van 3 procent kunnen berekend worden per factuur. De werkgevers kunnen die sommen dan doorstorten aan de Rijksdienst voor Sociale Verzekeringen van Zelfstandigen (RSVZ). Zoals voor de loontrekkende collega’s zou dit later resulteren in een aanvullend pensioen a rato van het aantal jaren dat men erkend was als beroepsjournalist.

De AVBB legde de vraag een paar keer voor aan het kabinet van Pensioenminister Van Quickenborne, maar dat verwees telkens door naar minister van Middenstand Sabine Laruelle (MR). Tot nog toe blijft Laruelle echter oostindisch doof voor de oproep. Op initiatief van de VVJ werken zelfstandige journalisten momenteel aan een petitie om hun eis van een aanvullend pensioen kracht bij te zetten. Vanzelfsprekend zal er over het dossier ook nog met de uitgevers moeten worden gepraat.

Pol Deltour
Luc Vanheerentals
 

(foto Philip Reynaers/PhotoNews)