AVBB blijft behoud aanvullend journalistenpensioen eisen

Op voorstel van de regering-Di Rupo heeft alvast de Commissie Sociale Zaken van de Kamer van volksvertegenwoordigers de afschaffing van het aanvullende journalistenpensioen maandag goedgekeurd. De ingreep komt donderdag aan bod in de plenaire Kamer en gaat vervolgens – maar nog voor Kerstmis – naar de Senaat.

 

De AVBB begrijpt nog altijd niet waarom Pensioenminister Van Quickenborne (Open VLD) zo overhaast, zonder serieuze kennisgeving laat staan overleg met de sector, meende te moeten overgaan tot deze afschaffing.

 

Het aanvullende pensioensupplement voor loontrekkende beroepsjournalisten wordt immers gefinancierd door de mediasector zelf, via aanvullende sociale bijdragen vanwege de werkgever (2% van het brutoloon) en de beroepsjournalist zelf (1% van het brutoloon). Met verouderde en uiterst vage cijfers probeert de Pensioenminister nu aan te tonen dat het pensioenstelsel voor journalisten deficitair zou zijn. Dat beantwoordt hoegenaamd niet aan onze berekeningen, die erop wijzen dat het regime wel degelijk zelfbedruipend is.

 

De AVBB blijft dan ook bij regering, Kamer en Senaat aandringen op de intrekking van het wetsontwerp tot afschaffing van het journalistenpensioen. Om te beginnen omdat het een inhoudelijk slechte maatregel is, die 3.500 journalisten een belangrijk sociaal voordeel ontneemt dat zij (en hun werkgevers) zelf financieren en dat deels de veeleer bescheiden lonen in de sector compenseert.

 

Daarnaast gaat het om een legistiek uiterst slechte wet, die onder meer wat de inwerkingtreding betreft ronduit contradictorisch is. Zoals de tekst nu is geformuleerd, zou de federale overheid pas nu (veel) geld gaan verliezen aan pensioensupplementen voor journalisten. Bovendien is de wettekst zo kafkaiaans, dat procedures bij het Grondwettelijk Hof en de arbeidsrechtbanken onvermijdelijk zijn. En dat terwijl de Pensioenminister net de bedoeling had snel te gaan en tot meer eenvoud te komen…

De massale reactie van verontwaardigde journalisten heeft hoe dan ook tot één amendement geleid: de regering zal in extremis nog ‘overgangsmaatregelen’ uitwerken, en de Pensioenminister zal daarvoor in overleg treden met de mediasector zelf. Volgens het kabinet van Pensioenen wordt met andere woorden het journalistenpensioen in zijn huidige vorm dan wel afgeschaft, maar komt er een alternatief (en ‘niet-deficitair’) systeem voor in de plaats. De AVBB zal vanzelfsprekend constructief aan dit overleg deelnemen. De AVBB neemt tevens kennis van de uitdrukkelijke verklaring van het kabinet van Pensioenen dat iedereen zal moeten blijven bijdragen tot het systeem en dat het geenszins de bedoeling is dat de werkgevers aan hun bijdrageplicht ontkomen.

 

 

 

François Ryckmans,                                                              Marc Van de Looverbosch

Voorzitter AVBB/AJP                                                          Co-voorzitter AVBB/VVJ

 

 

Pol Deltour                                                                            Martine Simonis

Nationaal secretaris AVBB/VVJ                                          Secrétaire nationale AVBB/AJP

Meer info over het aanvullende journalistenpensioen:

https://journalist.be/beroepsjournalist/oud-journalisten/aanvullend-pensioen

PRAKTISCHE INFO

Het VVJ-secretariaat wordt sinds enkele dagen geconfronteerd met vele en logische vragen van leden over de toekomst van het aanvullende journalistenpensioen. Het spijt ons dat we het antwoord op vele van die vragen voorlopig schuldig moeten blijven. Zo biedt de tekst die Pensioenminister Van Quickenborne indiende bij het parlement nauwelijks duidelijkheid over de precieze inwerkingtreding van de afschaffing. Wordt dat Nieuwjaar 2012 of 2013?

Hoe dan ook is in de wetswijziging wel een behoud van verworven rechten opgenomen voor al actieve beroepsjournalisten:

– voor 55-plussers die de komende jaren met pensioen gaan zal het aanvullende journalistenpensioen volledig behouden blijven

– voor min-55-plussers stopt de verdere opbouw van het pensioensupplement maar zij krijgen bij hun latere pensioen wel een prorata-vermeerdering op basis van de betaalde bijdragen.

(PD)