Grote mediastilte in Italië

De Italiaanse dag van mediastilte is een protest tegen een wetsontwerp dat magistraten grote beperkingen oplegt op het vlak van telefoontap bij juridische onderzoeken en media verbiedt te publiceren of te citeren uit resultaten van dergelijke telefoontaps.

Op donderdag 8 juli hebben de dagbladjournalisten het werk neergelegd, zodat vandaag, 9 juli, zo goed als geen kranten zijn verschenen in Italië. Agentschapjournalisten staken de hele vrijdag, tot zaterdagmorgen 7 uur. De Italiaanse dienst van Reuters gaat pas op maandag 12 juli weer aan de slag, meldt de website van Il Manifesto. Websites zelf worden vandaag niet geüpdatet. En radio- en tv-journalisten geven forfait tot zaterdagmorgen.

Zelfs de omroepen die in handen zijn van Berlusconi hebben zich bij de mediastilte aangesloten. “Maar dat is niet zo uitzonderlijk”, merkt Zeedijk op. “Die redacties zijn redelijk onafhankelijk en ze doen meestal mee als wordt gestaakt.”

Het omstreden wetsontwerp stelt dat Justitie maximaal gedurende 75 dagen iemand mag afluisteren en legt voorts heel wat beperkingen op inzake wie en waar mag worden afgeluisterd. “Die beperkingen, zeggen magistraten, zullen ons erg hinderen in ons onderzoekswerk. Veel maffiose praktijken komen slechts aan het licht door telefoontaps. Dat geldt ook voor allerlei corruptieaffaires in de politiek”, verduidelijkt Zeedijk. De Italiaanse oppositiepartijen beschuldigen Berlusconi’s meerderheid ervan alles in het werk te stellen om te vermijden dat duistere affaires boven water komen.

Onderzoekrechters en Justitie in het algemeen protesteerden tegen het wetsontwerp, hierin gevolgd door de media. Want de media en de journalisten zelf hangt een zware boete – tot 464.700 euro voor uitgevers en tot 10.000 euro voor journalisten – boven het hoofd als ze citeren uit telefoontaps van Justitie, zoals in Italië geregeld gebeurt, of als ze op televisie een telefoontap naspelen met acteurs. “Daar zitten inderdaad wel eens privédingen bij”, zegt Zeedijk, “maar ook soms zaken van publiek belang. Zo is een oplichting in een ziekenhuis openbaar geraakt, waar artsen de boel tilden door onnodige onderzoeken te laten uitvoeren.”

Escortgirl
Het wetsvoorstel gaat zelfs breder: het wordt de journalisten verboden te citeren uit lopende onderzoeken, onderzoeksrechters mogen niet meer worden geïnterviewd in de loop van een onderzoek, er mogen geen interviews meer worden gedaan in justitiegebouwen, in een gerechtszaal mag niet meer worden gefilmd indien iemand daar bezwaar tegen maakt. En burgers mogen geen foto’s of andere opnamen meer maken zonder de expliciete toestemming van degene die wordt gefotografeerd, gefilmd of van wie geluidsopnamen worden gemaakt. Alleen erkende beroepsjournalisten zullen dat nog mogen doen zonder vooraf toestemming te vragen. “Dat heeft te maken met de opnames die escortgirl Patrizia D’Addario met haar gsm had gemaakt van haar nachten met Berlusconi. Die wil in de toekomst dat soort toestanden voorkomen”, aldus Zeedijk.

Aan de mediastaking is in de publieke opinie een kleine discussie voorafgegaan. Er waren er die vonden dat het sympathieker zou zijn geweest kranten gratis uit te delen, in plaats van niet te verschijnen. Maar de Italiaanse journalistenvakbond achtte het meer opportuun het publiek te laten ervaren wat het is om verstoken te blijven van nieuws.

“De journalistenvakbond en de uitgevers hebben sámen – wat al uitzonderlijk is – een duidelijk standpunt ingenomen en een sterk signaal gegeven. Dat zal zeker meewegen als het wetsontwerp moet worden getekend. Maar ik twijfel er niet aan dat het zal worden getekend”, besluit Zeedijk.

De Europese Federatie van Journalisten (EFJ) heeft de Italiaanse actie gesteund. “Dit is niet alleen een strijd van Italiaanse journalisten”, stelt EFJ-voorzitter Arne König, “maar een Europese strijd voor persvrijheid en het recht van burgers om te weten. Journalisten worden niet verondersteld nieuws te verbergen, ongeacht of hun bron openbaar dan wel privé is, en hun bronnen moeten worden beschermd. Ze vragen geen ‘recht tot roddelen’, maar wel het recht om te informeren, in het openbaar belang.”

(ID)