Protocol VVJ-VDP over auteursrechten freelancers

Protocol VDP / VVJ
over de vergoedingen van freelancejournalisten
in het licht van de nieuwe fiscaliteit voor auteursrechten

Verklarende nota VVJ

mei 2010

De VDP (Vlaamse dagbladuitgevers) en de VVJ hebben een akkoord gesloten over de vergoeding van freelancejournalisten in het licht van de nieuwe fiscaliteit voor auteursrechten.

Die nieuwe fiscaliteit valt – met een aanslag van slechts 15 % na een mogelijke kostenaftrek van 50 % – bijzonder voordelig uit voor de auteur. Journalisten kwamen dan ook in de grote verleiding om meer en zelfs volledig in auteursrechten te worden betaald.
De uitgevers van hun kant kregen de administratieve plicht opgelegd om de nieuwe belasting in de vorm van een voorheffing in te houden, en zij wilden deze administratieve rompslomp tot een minimum beperken door alle journalisten zoveel mogelijk op dezelfde wijze te behandelen.

Toch is er een serieuze achterzijde aan de nieuwe fiscale regeling.
Om te beginnen lieten fiscus en sociale zekerheid van meet af aan verstaan dat ze geen omzetting van klassieke werkvergoedingen (lonen of honoraria) in auteursrechten zouden dulden. Zeker een volledige omvorming van wedden of erelonen in auteursrechten zouden zij nooit aanvaarden. Zowel journalisten als uitgevers zuchtten onder de onzekerheid die hiermee gepaard ging.
Bovendien derven journalisten die in auteursrechten worden vergoed ook wel wat: doordat ze geen sociale zekerheidsbijdragen meer betalen vallen ze terug op het sociale minimum en derven ze met name pensioenrechten. Dat noopt hen tot het afsluiten van (dure) verzekeringscontracten op de private markt.

Drie desiderata kwamen dus samen:
– Uitgevers en journalisten wensen duidelijkheid;
– Journalisten (en ook uitgevers) wensen een fiscale optimalisatie van hun vergoedingen (maar zonder negatieve weerslag op hun sociaal statuut);
– En fiscus en RSZ/RSVZ eisen dat de praktijk zich niet wreekt op hun inkomsten.

Dat heeft uiteindelijk geleid tot een Protocol tussen de VDP en de VVJ, waarvan de kern is dat freelance journalisten in hoofdberoep voortaan worden vergoed a rato van 70 % prestatievergoeding (= honorarium) en 30 % auteursrechten.
Op die laatste som is het voordelige fiscale regime (helft kostenaftrek, 15 % bevrijdende voorheffing) van toepassing, en moeten er ook geen sociale bijdragen worden betaald.
Op het eerste vergoedingsgedeelte zijn de gewone sociale zekerheidsbijdragen en belastingen verschuldigd.

Deze regeling wordt nu meegedeeld aan de fiscus (en langs die weg ook aan de RSVZ) voor bekrachtiging (voorafgaande ruling). Het Protocol tussen VDP en VVJ krijgt overigens pas reëel uitwerking als het kabinet van Financiën de regeling heeft aanvaard.

Zelfstandigen in bijberoep: 100 % auteursrechten ! (?)

Voor zelfstandige journalisten in bijberoep (losse medewerkers of loontrekkenden die bijklussen als freelancer) gebeurt de vergoeding voortaan in de vorm van 100 % auteursrechten.
Het is voorlopig niet zeker dat de fiscus dit onderscheid tussen freelancers in hoofd- en in bijberoep zal aanvaarden.
Hoe dan ook is er voor het sociaal statuut van de betrokkenen geen probleem: ze hebben immers een ander hoofdstatuut waaraan sociale bescherming vasthangt. Overigens betalen freelance journalisten in bijberoep sowieso geen sociale bijdragen, wegens wettelijk vrijgesteld hiervan. Alvast de RSVZ is dus geen belanghebbende partij

Protocol dekt vanzelfsprekend enkel aan de uitgever overgedragen auteursrechten

Het Protocol verandert voor de duidelijkheid niets aan de actuele situatie van elke zelfstandige journalist op het vlak van auteursrechten. De regeling betreft met andere woorden enkel die auteursrechten die door de journalist aan de uitgever zijn overgedragen, en dit in een expliciete, geschreven en ondertekende overeenkomst van overdracht. Dat geldt sowieso voor de eerste publicatie, en verder eventueel ook voor hergebruik van het werk voor zover de auteursrechten hiervoor expliciet werden overgedragen.
Als de auteursrechten niet zijn overgedragen voor hergebruik van een werk, en er wordt bijvoorbeeld bij doorverkoop aan derden een aanvullende vergoeding bepaald, dan zijn die zoals voorheen te beschouwen als 100% auteursrechten die tegen het fiscaal voordelige regime worden belast.
Dat geldt overigens ook voor auteursrechten die journalisten hebben overgedragen aan de JAM, onder meer ook voor reprografie. Ook deze auteursrechten vallen buiten het bestek van dit Protocol. En als zuivere auteursrechten genieten ook zij vanzelfsprekend voor de volle 100% van het fiscale gunstregime.

Impliceert een 70/30-vergoeding, voor journalisten die hun auteursrechten niet overdroegen aan de uitgever, geen impliciete overdracht van auteursrechten aan de uitgever ?

Neen, het is niet omdat men voor 30% van zijn vergoeding in auteursrechten wordt betaald, dat men meteen al zijn auteursrechten aan de opdrachtgever zou hebben overgedragen.
Voor journalisten die hun auteursrechten niet overdroegen aan de uitgever, dekt de 30% auteursrechten in de vergoeding dan gewoon het eerste gebruik van de bijdrage.
Bij hergebruik van de bijdrage kan de journalist van de uitgever dus een aanvullende vergoeding blijven ontvangen. Die zal dan bovendien volledig het karakter van auteursrechten hebben.
Wanneer de journalist zijn primaire auteursrechten overdroeg aan de JAM, betaalt de uitgever voor het hergebruik aan de JAM die vervolgens de journalist uitbetaalt. Ook deze vergoedingen zullen dan 100% in auteursrechten zijn.

Wat met reprografie- en andere collectieve rechten ?

In dezelfde lijn als het vorige, vallen ook de collectieve rechten – reprografierechten, leenrecht, vergoeding voor thuiskopie – niet onder dit Protocol. Zij kunnen immers wettelijk niet worden overgedragen aan de uitgever, laat staan dat deze de journalist hiervoor zou vergoeden.
Deze rechten kunnen wel volkomen wettig aan een beheersvennootschap zoals de JAM worden overgedragen. De uitkeringen die de JAM vervolgens realiseert, genieten als auteursrechten volop van de nieuwe fiscaliteit.

Is de 70/30-vergoeding voor freelancejournalisten in hoofdberoep een wet van meden en perzen ?

Neen.
Het Protocol tussen VVJ en VDP zegt uitdrukkelijk dat een freelancer de uitgever om afwijking kan verzoeken wanneer er voldoende redenen zijn hiervoor.
Als een freelancer dus een 50/50-regeling bijvoorbeeld meer verantwoord vindt in zijn geval, kan hij/zij de uitgever om zo’n vergoeding vragen.

Bestaat het risico niet dat uitgevers de brutovergoedingen gaan verlagen omdat de freelancers door de gunstige fiscaliteit toch netto meer gaan overhouden ?

Neen.
Artikel 3 van het Protocol: “De uitgevers verbinden er zich om de wet niet op zo’n wijze toe te passen dat de brutotarieven van de freelancemedewerkers verlaagd worden.”
Voor de VVJ was dit een essentieel punt.
Elke freelancer die ervaart dat dit engagement toch met de voeten wordt getreden, wordt gevraagd dit meteen te melden aan het VVJ-secretariaat.

Wanneer treedt deze regeling in werking ?

Dat is vanaf het ogenblik dat het kabinet van Financiën ze aanvaardt en begint toe te passen.