VVJ vraagt sereen debat over pers en gerecht

Niet voor de eerste keer is een heftig debat ontstaan over de mate waarin nieuwsmedia verslag kunnen uitbrengen over gerechtelijke dossiers, en met name over nog lopende gerechtelijke onderzoeken.

Voor iedereen is duidelijk dat de persvrijheid en het recht op informatie van het publiek op gespannen voet staan met even behartigenswaardige elementaire rechten zoals de privacy en het vermoeden van onschuld. Deze spanning is van alle tijden, maar het moet gezegd dat enerzijds de evolutie van commercialisering van de media en anderzijds de technologische, digitale revolutie – die het nieuwsproces almaar sneller doet verlopen – de wrijvingen tussen pers en gerechtelijke actoren hebben opgedreven.

Van meet af aan – al sinds de eerste deontologische code van 1954 – heeft de journalistieke wereld geprobeerd om gerechtelijke verslaggeving in goede banen te leiden, en ze te stroomlijnen met de rechten van slachtoffers, verdachten, veroordeelden en hun familie, maar ook met de noden van het gerecht zelf, in de eerste plaats dan het belang van het onderzoek.

Sinds acht jaar werkt de Vlaamse Raad voor de Journalistiek – die de VVJ en de Vlaamse mediahuizen samen hebben opgericht – consequent verder op dit elan. Getuige daarvan richtlijnen van de Raad over de omgang van de pers met slachtoffers (2003), over het respecteren van embargo’s (2003), over beeldbewerking en het gebruik van archiefbeelden (2006), over undercoverjournalistiek (2007), over identificatie in een gerechtelijke context (2007), en over de omgang van de pers met gebruikersinhoud (2009). Deze richtlijnen bieden, als ze behoorlijk worden nageleefd, een pertinent antwoord op de kritieken die vandaag worden geformuleerd.

De VVJ stelt vast dat ook Vlaamse hoofdredacteuren de jongste maanden expliciet hun bekommernis uiten over de vrijwaring en verbetering van de kwaliteit van de berichtgeving in gerechtszaken. De VVJ nodigt hen dan ook uit om gezamenlijk het debat aan te gaan over een verdere verbetering van de werking van de Raad voor de Journalistiek, zodat deze nog performanter zijn taak van bewaker van de beroepsethiek op zich kan nemen.

De VVJ betreurt anderzijds dat politici al meteen repressieve wetgeving ten aanzien van de nieuwsmedia in het vooruitzicht stellen. Nog los van de moeilijke discussie over concrete incidenten, is het duidelijk dat regulering uiterst complex en delicaat is met een grote inzet op het vlak van fundamentele rechten. Zoiets vereist een kwalitatief en sereen debat, geen oppervlakkige stemmingmakerij.

Vlaamse Vereniging van Journalisten,
11 januari 2010