Auteursrecht en de fiscus

Tot nu toe werden inkomsten uit auteursrechten – afhankelijk van de interpretatie van de belastingcontroleur – gekwalificeerd als beroepsinkomsten of roerende inkomsten of nog diverse inkomsten.

Als ze als beroepsinkomsten werden beschouwd, werden ze belast tegen de hoogste aanslagvoet. Het nieuwe door Kamer en Senaat aanvaarde wetsontwerp, dat nog door de koning moet worden bekrachtigd, bepaalt een gunstiger regime.

In de nieuwe regeling vallen alle inkomsten uit de overdracht of licentie van auteursrechten, plus licenties zoals reprografierechten onder de noemer ‘roerende inkomsten’, waardoor ze belast worden tegen een algemeen tarief van 15%. Dit geldt voor auteursrechten tot maximaal 50.000 euro. Wat daarboven komt, wordt nog beschouwd als beroepsinkomsten en dus progressief belast.

De auteur krijgt een forfaitaire kostenaftrek: 50% voor de eerste inkomensschijf van 10.000 euro, 25% voor de tweede schijf tussen 10.000 en 20.000 euro. Hij mag eventueel kiezen voor de werkelijke kostenaftrek, die hij dan wel moet bewijzen.

De 15% belasting zal aan de bron worden ingehouden door de uitgever of de beheersvennootschap (bijvoorbeeld JAM of SOFAM). Deze regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008.

Verwacht wordt dat de nieuwe wet binnen de maand in het Belgisch Staatsblad zal worden gepubliceerd.