IFJ roept VS en Irak op de ‘schaamteloze stilte’ rond vermoorde journalisten te doorbreken

In januari beloofde de Irakese regering aan een IFJ- delegatie dat het een rapport zou publiceren over het executeren van journalisten, maar dit is nog steeds niet gebeurd. De IFJ blijft eisen dat de moorden op drie journalisten door Amerikaanse troepen in Bagdad op 8 april 2003, samen met een aantal andere onverklaarde moorden, door het Amerikaanse leger worden onderzocht.

“Enkele weken geleden werd de verantwoordelijke van de Irakese journalisten zelf doodgeschoten door onbekende daders”, aldus Aidan White, secretaris-generaal van de IFJ. “De schaamteloze stilte van de autoriteiten rond al deze gevallen geeft een indruk van harde onverschilligheid en straffeloosheid.”

Vandaag is de vijfde verjaardag van de aanval van het Amerikaanse leger op het Palestine Hotel, dat een groot aantal mediawerkers herbergde. De aanslag resulteerde in de dood van Taras Protsyuk, journalist van Reuters, en Jose Cuoso, van het Telecinco netwerk in Spanje. Op dezelfde morgen werd journalist Tareq Ayyoub omgebracht toen de kantoren van de Arabische satellietkanaal Al Jazeera in Bagdad door Amerikaanse jachtvliegtuigen werden aangevallen. Hun dood is nog steeds niet onderzocht.

“Indien de Irakese regering de steun wil van de journalistengemeenschap, moet ze haar belofte waarmaken en de daders van de moorden aanwijzen”, aldus White. “Journalisten zijn de voornaamste slachtoffers van de schaduw van straffeloosheid die over Irak hangt.”

In december 2006 diende de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een resolutie in, gesteund door de IFJ, om journalisten in conflictzones beter te beschermen door het executeren van een journalist te catalogeren als een oorlogsmisdaad.

(JVP)