Jacques Vandersichel herdenkt Karel Hemmerechts: ‘Een geboren journalist’

Hij vergeleek zichzelf met een spons die onophoudelijk het nieuws opzuigt, elk moment van de dag iets toevoegend aan wat er al inzat. Als hij om tien uur ’s morgens de redactievergadering opende, dan had hij al alles gehoord op de buitenlandse radio’s, met BBC World Service en France Inter als zijn favorieten, en had hij zijn lievelingskranten (Le Monde, The Trib, de Frankfurter Allgemeine en de Neue Zürcher Zeitung) al doorgenomen. Hij zag alles, hoorde alles, las alles en… onthield alles, dank zij een fenomenaal geheugen.

De germanist Hemmerechts begon zijn loopbaan in 1948 bij De Standaard, maar trok vier jaar later naar het NIR, zoals de omroep toen heette, eerst als omroeper, maar snel als journalist op de radioredactie. In de pioniersjaren van de televisie modereerde hij politieke debatten en presenteerde hij soms het journaal op een wel zeer eigen manier. Hij ging gewoon voor de camera zitten en vertelde, zonder papiertje of zonder autocue, wat hij die dag aan nieuws had opgezogen. Hij gebruikte daarbij het hypercorrecte en enigszins geaffecteerde Nederlands, dat perfect paste bij de toenmalige strijd voor het “Algemeen Beschaafd”.

Ik leerde Karel kennen in 1962. Hij was secretaris van de Directeur Generaal en zelfs toen al getipt als diens latere opvolger. Na een maand of twee komt hij mij vragen of ik geen belangstelling heb om over te stappen naar de Schooltelevisie. Zonder nadenken antwoord ik, dat ik dan even goed kon terugkeren naar de school waar ik les had gegeven, dat ik al sedert mijn kinderjaren bezeten ben door het nieuws en dat daar mijn toekomst moet liggen. Waarschijnlijk was het op dat moment dat wij goede vrienden geworden zijn.

In 1974 werd Hemmerechts de eerste Bestuursdirecteur Informatie van de omroep, verantwoordelijk voor alle nieuwsprogramma’s, zowel op radio als op televisie. Het was de tijd dat onze journalistiek zwaar onder vuur lag, vooral van de politieke partijen die zich allemaal tekort gedaan voelden en die met de chronometer in de hand de seconden aftikten die aan hen of aan hun tegenstrevers waren besteed. Het was ook de tijd van een nieuwe generatie jonge journalisten die zichzelf “politiek dakloos” noemden. En elke dag lag Karel tussen hamer en aambeeld. Het aambeeld van de basis en de hamer van de top, die maar niet kon begrijpen dat journalisten andere prioriteiten hadden dan netjes opgedeeld te worden in één van drie politieke vakjes die het huis rijk was. Nic Bal, de toenmalige Programmadirecteur TV, schrijft daarover: “Het is de grootste verdienste van Hemmerechts dat hij zich nooit aan het gesprek met zijn jongere collega’s onttrokken heeft en dat hij er nooit voor teruggedeinsd is zijn mensen te verdedigen, wanneer zij ten onrechte werden aangevallen.” De climax kwam met een Panorama reportage over Shaba, waar Paul Vandenbussche persoonlijk naar de TV studio kwam om de uitzending tegen te houden. Wat hem niet lukte. Aan dit incident heeft Hemmerechts een hartinfarct overgehouden en de zekerheid dat de opvolging niet voor hem zou zijn. Maar zijn journalistieke eer was intact gebleven.

Zijn fysieke toestand, er kwamen later nog drie overbruggingen, hield hij onder controle door elke morgen om zeven uur te gaan zwemmen, door aan yoga te doen en door ieder weekend een kleine honderd kilometer te fietsen in zijn geliefde Brabantse heuvels. Morele steun vond hij in zijn diep christelijk geloof. Hij voedde dat met dezelfde intensiteit als zijn nieuwshonger. Maar nooit voelde hij de behoefte om missionaris te spelen. Op een avond komen wij binnen in een Londens hotel met een majestueuze dubbele trap die naar de lobby leidt. Ik neem de linker trap, hij de rechter. En als we samen boven komen zegt hij “Wij hebben elk een andere weg genomen, maar we komen uit aan dezelfde poort.” Als de poort die hij bedoelde echt bestaat, dan zal ze voor hem wijd open gaan.

Jacques VANDERSICHEL
16.10.2007.