You are here

Boekbesprekingen

Begin vorig jaar was hij nog een nobele onbekende, vandaag doet de naam van Edward Snowden over heel de wereld een belletje rinkelen. Of beter: klokken luiden. Voor sommigen is hij een crimineel, voor anderen een held van de vrije meningsuiting. Maar in de eerste plaats, zo betoogt Luke Harding in De Snowden files, is hij een man die een moeilijke beslissing heeft genomen, en bereid was de consequenties daarvan te dragen.


Het uitgangspunt van de Britse filosoof Alain de Botton in dit boek is alleszins boeiend: welk effect heeft het nieuws op de consument ervan? De vraag is trouwens alleen maar relevanter geworden, nu we zijn terechtgekomen in tijden van overvloedig nieuws, dat van alle kanten komt aanwaaien en soms tegen wil en dank op ons bord valt.


Er zijn ‘conventionele’ media, en er is ‘alternatieve’ journalistiek. Meer en meer doet die tweespalt zijn intrede, maar wat houden de begrippen eigenlijk in? Tony Harcup, zelf ooit begonnen als journalist bij de alternatieve krant Leeds Other Paper, vroeg het aan een aantal collega’s.


Huib Dejonghe was, als televisiefan van het eerste uur, de eerste journalist met een televisierubriek. Die lanceerde hij in De Standaard-Het Nieuwsblad in 1960. Nu ligt er een boek van zijn hand, vol herinneringen aan de beginjaren van het medium en zijn evolutie. Dejonghe heeft het over de allereerste programma’s en de founding fathers van de Vlaamse televisie, en hij mijmert na over persoonlijke ontmoetingen met belangrijke binnen- en buitenlandse tv-coryfeee?n.


Een veeleer dun whodunit-verhaal is dit, maar journalisten vinden er wel extra couleur locale in, net zoals Bruggelingen trouwens. Zo is hoofdfiguur Jan Van Bellingen, Brugs freelancejournalist en perssyndicus, gee?nt op de in 2011 overleden Brugse Belga-correspondent Jan Van Belle. Voor het overige berust elke gelijkenis met bestaande personen op louter toeval, schrijft Van Den Driessche. Maar wie een beetje vertrouwd is met de Vlaamse journalistiek, zal weinig moeite hebben om ook gezichten te plakken op figuren als een Baudouin Spillebeeck, fotograaf Benny De Groot, Peter Van Gompel of hoofdredacteur Bostoen.


In dit land heerst, met dank aan de Belgische revolutionairen uit 1830, een liberaal persregime. Preventieve censuur vanwege de overheid is niet mogelijk, enkel het hof van assisen (met burgerjury) kan persdelicten beoordelen, en om interne censuur op de redactievloer tegen te gaan is in de grondwet een specifiek systeem van persaansprakelijkheid uitgewerkt. In deze van doctoraal proefschrift tot boek omgevormde historische studie beschrijft Bram Delbecke (KUL) op uitmuntende wijze waar dit persregime vandaan komt en hoe het evolueerde in het vooroorlogse Belgie?.


Journalistiek matchen met filosofie, dat kan boeiende inzichten opleveren. Rob Wijnberg, voormalig hoofdredacteur van nrc.next, waagt zich eraan en legt zo de vinger op enkele pijnpunten in de huidige nieuwsrealiteit. Wijnberg heeft het over de escalerende zoektocht naar instantmeningen, hapklare soundbytes en spektakel, alles liefst verpakt in een ludiek kleedje en met een humoristisch sausje erover. Want de lezer of kijker moet worden gebonden.


Dit boek is verplichte kost voor elke journalist. Op een heel praktische manier behandelt het de talloze mogelijkheden die sociale media bieden voor de journalistiek. De mogelijkheden op researchvlak bijvoorbeeld. Dan gaat het echt wel over veel meer dan even Facebook of Twitter checken.


Socioloog Ben Caudron was één van de eersten in Vlaanderen om een ‘webdienstenbedrijf’ te starten. Het wereldwijde web stond nog in zijn kinderschoenen. Sindsdien is er veel veranderd en is ook Caudrons mening over nieuwe media danig geëvolueerd. Zeker over de sociale media.


Printjournalisten beschikken voor een handleiding over hun taalgebruik allang over ‘de Permentier’. In 2005 kwam daar voor radio- en tv-journalisten ‘de Pelgrims’ bij, naar voormalig journalist en tegenwoordig opleidingshoofd van de bachelor journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel. Nu is er ‘de Pelgrims bis’.