You are here

Eindredactie kort mijn teksten in

Vraag: 
Als de eindredactie mijn tekst verandert en daardoor ontstaat een fout in het bericht, wie is dan verantwoordelijk als een benadeelde persoon zich tot de rechtbank wendt?

 

Wettelijk is de journalist de eerste die aansprakelijk is als zijn werkstuk niet blijkt te kloppen en de benadeelde daartegen in het verweer gaat. Dat heet de getrapte verantwoordelijkheid in persaangelegenheden. Artikel 25 van de Grondwet zegt letterlijk: “De drukpers is vrij. (...) Wanneer de schrijver bekend is en zijn woonplaats in België heeft, kan de uitgever, de drukker of de verspreider niet worden vervolgd.” Alleen als je je werk niet zou ondertekenen en je onbekend blijft, kan de uitgever aansprakelijk worden gesteld.

Die beroepsaansprakelijkheid voor fouten speelt zowel op het strafrechtelijke als op het burgerrechtelijke vlak. Op strafrechtelijk vlak kunnen journalisten voor hun ‘opiniedelicten’, die dan onder de noemer ‘persdelict’ vallen, alleen door het hof van assisen worden berecht (artikel 150 van de Grondwet). In de praktijk komen assisenzaken tegen de pers evenwel niet voor. ‘Technische’ misdrijven, die niet neerkomen op het formuleren van een opinie, vallen overigens niet onder de juridische voorrangregeling via het hof van assisen en de feitelijke immuniteit die daaruit volgt. Denk aan het gebruik maken van een scanner, het vrijgeven van de identiteit van een minderjarige verdachte of het slachtoffer van zedencriminaliteit, het misbruik maken van inzagerecht in gerechtsdossiers, en dergelijke meer. Dat soort inbreuken wordt voor de gewone correctionele rechtbanken vervolgd – wat in de praktijk ook meer dan eens gebeurt.

Zeker freelancejournalisten moeten zich goed bewust zijn van die strafrechtelijke beperkingen die de wet op de journalistieke informatiegaring en informatieweergave stelt.

De (gedeeltelijk) strafrechtelijke immuniteit van de pers heeft in de loop der jaren wel geleid tot een opmerkelijke toename van het aantal burgerrechtelijke claims en processen tegen journalisten. Vaak met een veroordeling tot gevolg. Het Hof van Cassatie heeft de ‘getrapte’ verantwoordelijkheid van de pers – wat in de praktijk meestal neerkomt op de individuele verantwoordelijkheid van de journalist – intussen ook tot deze burgerlijke zaken uitgebreid.

Dat creëert – vooral, maar niet uitsluitend – voor freelancejournalisten het risico dat ze moederziel alleen soms lastige processen moeten verwerken en zware schadeclaims moeten torsen. Collega’s in loondienst kunnen vaak een beroep doen op een advocaat ‘van het bedrijf’ – maar dat is geen garantie – terwijl dat voor freelancers meestal niet het geval is. En draait de rechtszaak uit op een veroordeling, dan moet soms een flinke schadevergoeding worden betaald.

Om journalisten te verzekeren tegen de gevaren van veroordelingen tot zware schadevergoedingen heeft de AVBB (VVJ samen met de Franstalige AJP) in september 2007 een polis beroepsaansprakelijkheid journalisten afgesloten met een verzekeraar. Voor het bedrag van 100 euro (plus 9,25 % belasting) per jaar kan de journalist (indien lid van VVJ, AJP of van de vereniging van de periodieke pers VJPP) zich aldus indekken tegen het risico van schadeclaims voortvloeiend uit zijn werk. Meer informatie over die verzekering vind je apart op onze website.