You are here

Nieuwe baan bruggepensioneerde bedreigt niet langer journalistenpensioen

Als bruggepensioneerde een nieuwe job aanvaarden, in gelijk welk statuut, tast voortaan de opbouw van het journalistenpensioen niet meer aan. Een eerste stap werd in 2004 gezet door toenmalig minister voor Pensioenen Frank Vandenbroucke, het sluitstuk kreeg vorm in het Generatiepact. Zelfs de stap naar een zelfstandige activiteit wordt niet meer zo zwaar afgestraft.

Wie met brugpensioen gaat, blijft tot zijn 65 in dat systeem. Hij is een werkloze, die gelijkstelling geniet voor zijn pensioenopbouw. Dat wil zeggen dat de Rijksdienst voor Pensioenen doorrekent alsof de betrokkene aan de slag blijft en voor zijn pensioen blijft betalen, net als zijn werkgever. Dat gebeurt ook voor de 33 procent toeslag die de journalist geniet op het gewone bediendepensioen.

Maar iedere werkloze mag opnieuw aan de slag gaan, ook al geniet hij of zij brugpensioen. Zijn pensioenvorming verloopt dan op basis van zijn nieuw inkomen en statuut. Als een journalist bediende of arbeider werd, stopte dat de opbouw van zijn journalistenpensioen. Hij muteerde onherroepelijk tot zijn 65 naar zijn nieuwe statuut, zelfs al keerde hij met goedkeuring van de RVA terug naar zijn situatie als bruggepensioneerd journalist. Dat kon een behoorlijk verlies meebrengen.

In 2004 bepaalde toenmalig Pensioenminister Vandenbroucke dat een bruggepensioneerde die opnieuw aan de slag ging daar geen nadeel mocht van ondervinden. Op zijn 65 zal voor hem het meest voordelige pakket worden berekend: óf de gelijkstelling, óf de nieuw opgebouwde pensioenrechten. Dat was een hele vooruitgang, maar er bleef een grote onrechtvaardigheid hangen: wie als zelfstandige aan de slag ging, verdween immers uit het zicht van de Rijksdienst voor Werknemerspensioenen. Hij bouwde pensioenrechten op als zelfstandige.

Erger werd het als de betrokkene nog voor zijn 65 terugkeerde in zijn statuut van bruggepensioneerde. De RVA staat een terugkeer toe na ten hoogste negen jaar. Maar de pensioenberekening en de regels van de RVA zijn twee verschillende zaken. De gelijkstelling werd dan wel hervat, maar op basis van een forfaitair loon uit 1967.

Dat wordt nu in het Generatiepact gedeeltelijk rechtgetrokken. Als de journalist terugkeert in zijn brugpensioen, wordt de gelijkstelling hervat, met dezelfde berekening als toen het brugpensioen begon. Alleen voor de periode als zelfstandige is geen gelijkstelling mogelijk. Werken als zelfstandige blijft dus minder voordelig voor de pensioenopbouw dan werken in vast dienstverband. Maar het verschil is kleiner geworden. Wie als zelfstandige voor zijn pensioen dezelfde bijdragen betaalt als een bediende, krijgt voor die periode een vergelijkbaar pensioen, maar zonder journalistentoeslag.

Met die nieuwe regelingen is wel het journalistenpensioen veiliggesteld, maar daarmee zijn niet alle problemen opgelost. Eén van die problemen – daar maken RVA-bronnen gewag van – is vaak de werkgever die de brugpensioentoeslag betaalt. Die stopt de uitbetaling als de ex-werknemer een nieuwe job aanvaardt. Hij moet opnieuw betalen als de betrokkene zijn status als bruggepensioneerde heropneemt. Maar er zijn al voorbeelden van werkgevers die daar moeilijk over doen. Als je dan naar de rechter moet om alsnog de uitbetaling te verkrijgen, is het sop de kool niet meer waard.

Het is overigens niet vanzelfsprekend om beduidend meer inkomen te realiseren dan het brugpensioen, dat – afhankelijk van de bedrijfs- CAO – netto ruim 1.700 euro per maand kan bedragen. Voltijds werken voor een paar euro extra zal weinigen aantrekken. Maar als je de werknemerstoeslag van 700 euro van het vroegere bedrijf zou mogen behouden, ook al heb je een nieuwe baan, wordt de drempel al behoorlijk lager. Zover zijn we echter nog niet.

Brugpensioen en journalistenpensioen

Voor de algemene regels met betrekking tot het journalistenpensioen zij verwezen naar elders in dit Dossier. Hier brengen we enkel in herinnering hoeveel een gepresteerd dienstjaar aan het pensioen bijdraagt:

geplafonneerd bruto jaarloon x 1,333 x herwaarderingscoëfficiënt x 0,6 (voor de alleenstaande) of 0,75 (voor gezinshoofden) : 45 (of 43 voor vrouwen)

Loonplafond en herwaarderingscoëfficiënt worden elk jaar opnieuw vastgelegd.

Wie nu met brugpensioen gaat, bouwt (met het loonplafond van vandaag) tot zijn echte pensioenleeftijd op 65 een jaarlijkse bonus op van 520,7856 x 1,333 = 694,2 euro. Tien jaar gelijkstelling in het stelsel van het brugpensioen krikt het echte jaarlijkse pensioenbedrag na 65, met 6.942 euro op.

Wie intussen bleef doorwerken als erkend journalist, zal toch een hoger pensioen opbouwen, omdat hij geniet van de jaarlijkse verhogingen van het loonplafond. Dat is voor de gelijkstelling geblokkeerd. Hoeveel dat verschil wordt, is onmogelijk op voorhand te zeggen, omdat het afhangt van de jaarlijks bepaalde parameters, in functie van de levensduurte. Wie tien jaar geleden met brugpensioen vertrok op 55, zou nu vanaf zijn 65 jaarlijks ruim 100 euro minder pensioen ontvangen dan een even oude collega die tot zijn 65 doorwerkte.

Frans Wauters